is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen over het christendom en het Romeinsche recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40

Slechts in enkele gevallen behield men uit het oogpunt van zwakheid deze voogdij over de vrouw i). Onder de regeering van Diocuetianus, (fr. Vat. 325; 327), werden nog enkele sporen hiervan gevonden.

Wat verwachtte het Christendom van de vrouwen en is hiervan eenige invloed op het Romeinsche recht uitgegaan?

Als Paulus zich tot de Epheziërs2) richt, maant hij de vrouw den man onderdanig te zijn, want de man is het hoofd der vrouw; behalve deze woorden van Paulus, is er nog een andere uitspraak van hem, wanneer hij tot de Romeinen spreekl 3). Hier wordt iets van de vrouwen verwacht: ze zullen deelnemen aan het sociale leven en hun taak in de maatschappij vervullen.

Wil dit zich verwezenlijken, dan zal de vrouw haar eigen plaats in het maatschappelijk leven moeten innemen; zij zal zich niet geplaatst moeten zien onder de voogdij van haar verwanten. Waarschijnlijk heeft Constantijn deze gedachte voor oogen gestaan, toen hij de vrouw behoudens eenige restricties gelijke bevoegdheid als den man verschafte in 321: in omnibus negotiis jus tale habeant quale viros... 4).

Echter in tal van opzichten bleef de vrouw onbekwaam. Tot uiting is dit gekomen, waar het 'haar macht over haar eigen kinderen betrof. Zoo was haar toestemming voor het huwelijk van haar kind niet vereischt 5).

In de eerste eeuwen had de meening gegolden: de voogdij behoort in mannelijke hand. Met zoovele woorden werd dit in een constitutie van keizer Alexander in 224 uitgedrukt 6).

1) Ulpiantjs, XI. 8.

2) Paulus a. d. Eph. 6. 22. 23.

3) Paulus a. d. Bom. 16. 6—12.

4) C. Th. 2. 17. 1. $ 1. C. 2. 44. 2. $ 1.

5) C. 5. 4. 2.

6) C. 5. 35. 1 in vergelijk -met Ulpiantjs 1 1. ad Sabinum D. 50.17. 2.