is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen over het christendom en het Romeinsche recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47

gevaardigd, welke door de Christenidee, zoo niet ingegeven, dan toch ondersteund werden.

Toen Constantijn in ± 318») de straf vaststelde voor hem, die zjjn kind doodde, voltooide hn slechts wat reeds de jurisconsulti en de keizerlijke constituties uit de vorige eeuw ondernomen hadden.

Hetzelfde kan gezegd worden van een uitspraak die Constantinus in 3232) gaf over de vraag of het een vader geoorloofd zou znn, zjjn kind de vrjjheid te benemen, welke vraag ontkennend door hem werd beantwoord.

Nieuw waren de maatregelen, die genomen werden tegen het ius exponendi. Gedreven door de overtuiging dat het onmenscheljjk is een kind te laten omkomen, besliste Constantijn, dat de staat voor de opvoeding der kinderen zorg zou dragen, indien de ouders onmachtig hiertoe waren: adhorret enim nostris moribus, ut quemquam fami confici vel ad indignun facinus prorumpere concedamus 8).

Tegelnk keerde Constantijn zich fel tegen het te vondeling leggen en verkoopen van een kind door den vader. In 329 *) werd het den vader toegestaan een pasgeborene slechts in uitersten nood te verkoopen; de kooper zou dan het kind als slaaf hebben. Hier bleef men dus achter bij het oude recht, waar de vrjjheid op geenerlei wn'ze kon worden aangetast. Eenige jaren later laat zich een analoge regel vaststellen voor het te vondeling gelegde kind6): de vinder kreeg de keus om het kind als slaaf te hebben of als vrije op te voeden.

1) C. Th. 9. 15. Ij C. 9. 17. VgL Inst. 4. 18. 6.

2) C. 8. 46. 10.

3) C. Th. 11. 27. 1; C. Th. 11. 27.. 2. *) C. Th. 5. 10. 1; C. 4. 43. 2.

5) C. Th. 5. 9. 1.