is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen over het christendom en het Romeinsche recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54

volgt reeds daaruit met groote waarschijnlijkheid, dat het Christendom met zijn gemeenschapsidee het latere recht gesteund heeft1).

Het beginsel, om voortaan met zijn buurman rekening te moeten houden, komt ook in een constitutie van Justinianus aan het licht, welke in het belang van den landbouw gegeven is. In 531 bepaalde hij:

Cum autem apertissimi iuris est fructus aridos conculcatione quae in area fit suam naturam et utilitatem ostendere, aliquis vicinum suum vetabat ita aedificium extollere iuxta suam aream ut ventus excluderetur 2). •2°. condominium:

Behalve dat deze gemeenschapsidee in het vermogensrecht bij het enkelvoudige dominium ingang had gevonden, vinden wij dezelfde gedachte terug bij het condominium.

In de klassieke oudheid heerschte bij het condominium dezelfde opvatting als bij dominium; de eigenaar was exclusief rechthebbende. Wij zien de mede-eigenaren hun recht naast elkaar, onderling onafhankelijk, uitoefenen. Het gevolg hiervan was, dat het recht van een mede-eigenaar slechts begrensd was door het gelijke recht van den ander; en dat, om over de zaak te beschikken, aller medewerking noodig was. Indien dus de wil van een ontbrak, dan was de handeling nietig: dit volgt uit een text van Papinianus s).

Sabinus ait: iure communi neminem dominorum iure facere quicquam, invito altero posse: unde manifestum

1) Contra Bonfante: instituzioni' di D. B. Milaan 1919, bid. 298: het Oosten heeft de wijziging-en van Justinianus door zijn behoeften gegeven, welke niet bevredigd werden door de klassieke beginselen.

Cfr. Perozzi, Instituzioni di D. R. Pirenze, 1906, I, bid. 397. De belangen der landbouw riepen genoemde wijzigingen in het leven.

2) C. 3. 34. 14. 1.

i) Papinianus 7 1. quaest. D. 10. 3. 28.