is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen over het christendom en het Romeinsche recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

voluntas possit; dus, iniquum kan dan van hem niet afkomstig zjjn. Maar dan moet tevens de beteekenis van omnium voluntas zich gewijzigd hebben.

Ze moet dan beteekenen: allen moeten samenwerken; één alleen kan de materie niet veranderen. Dit vloeit voort uit de beteekenis der woorden ^na „iniquum".

Uit het voorgaande bljjk\ dus, dat het Christelijk beginsel: ieder is lid van de groote samenleving; ieder moet deze samenleving dienen, evenals in het dominium ook in het condominium zijn invloed heeft doen gelden.

5°. Usus.

In den tjjd van de groote jurisconsulti werd het recht van gebruik op de volgende wijze omschreven: qui utitur non fruitur1). Welke opvatting had het Christendom over het privaat vermogen. Jesus had aan den jongeling den raad gegeven2): verkoop wat ge hebt en geeft het den armen. Dezelfde raad wordt door den heiligen Ambrostus gegeven: ergo secundum Dei voluntatem vel naturae copulam invicem nobis esse auxilio debemus, certare officiis velut in medio omnes ütilitates ponere3) et ut verbo scripturae utar, adiumentum ferre alter alteri, vel studio, vel officio,

vel pecunia

Met deze woorden legt de Christelijke leer den nadruk op het beginsel:

geeft den armen, wat ge overhebt. In de Justiniaansche codificatie vinden wij den neerslag

•i) Gaius 7 1. ad ed. prov. D. 7. 8. 1. Ulpianus 17 1. ad Sabin. D. 7. 8. 2. pr.

2) Matth. 19. 21. Cfr. Luc. 12. 33. Cfr. Matth. 6. 20.

3) Ambrosius de off. min. Tubingae, 1857. 1. 28. 135.