is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen over het christendom en het Romeinsche recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

61

niet aan het Christendom te danken geweest zijn. Want de Christelijke leer wil juist rekening gehouden zien met de bedoeling van den dader1):

Bovendien geven wij Riccobono de interpolatie van het fragment Paulus 20 1 ad ed. D. 5. 3. 38 toe na sed benignius, dan is het Justinianus die onderscheid maakt tusschen den bona fide possessor en den praedo:

plane potest in eo differentia esse, ut bonae fidei quidem possessor omni modo impensas deducat — praedo autem non aliter quam si res melior sit.-

Hier werd dus met de intentie van de partij rekening gehouden door Justinianus, hetgeen Riccobono als in strijd met het Christendom geëlimineerd wilde zien.

Ook geloof ik niet, dat het juist is, de wijziging in de genoemde text van Pomponius ex var. lect. D. 50. 17. 206 aan Justinianus toe te schrijven. Pomponius geeft in de aangehaalde uitspraak een algemeenen regel. Toepassing van dezen regel wordt gegeven in D. 12. 6. 14, Pomp. 11 1. ad Sab.:

Nam hoe natura aequum est neminem cum alterius detrimente fieri locupletiorem, als rechtvaardiging van:

item quod pupillus sine tutoris auctoritate mutuum accepit et locupletior factus est, si pubes factus solvat, non repetit 2).

Het woordje „iniuria" zou hier misplaatst zijn. Hier is sprake van toepassing van den algemeenen rechtsregel, en zou de verrijking van den pupil non iure geweest znn3). Derhalve iniuria heeft niet de eigenaardige beteekenis, die

1) Cfr. Ziegler, Gesehicate der Aethik, Stiassburg 1886, II, bid. 62.

2) Paulus 10 1. ad Sab. D. 12. 6. 13. 1.

3) Girard, Manuel él. du droit romain, Paris 1918, bid. 629.