is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen over het christendom en het Romeinsche recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

67

superflua divitum, neeessaria sunt pauperum; res aliena possidentur, cum superflua possidentur1). Naar zijn meening is de arme er voor den rijke, en omgekeerd; beiden hebben zn' elkaar noodig:

Quando facit pauperes, probat divites; sic enim scriptum est: pauper et dives occurrerunt sibi. Ubi sibi occurrerunt. In hac vita 2).

Als gevolg van deze leer, zien we in dezen tn'd verrijzen instellingen, welke ten doel hadden, armen, gewonden, oude of verminkte slaven bij te staan. Zoo noemt Bastlius een bankier, die een dergelijke inrichting had geopend; in Amasea bevonden zich verschillende van soortgelijke instellingen8). Hierontmus verhaalt in een brief gericht aan Oceanus de morte Fabiolae:

...... et in pecuniam congregatam usibus pauperum

praeparavit et primum omnium vtxroKOfteiov instituit, in

quo aegrotantes colligeret de plateis et miserorum

membra foveret4). Het kon wel haast niet anders of deze woorden der kerkvaders moesten bij de keizerlijke kanselarij weerklank vinden Zoo vinden we op verschillende plaatsen van de Pandekten melding gemaakt van instellingen, welke genoemde doeleinden beoogden. Soms zjjn zij onder de meer algemeene benaming „piae causae" vermeld, terwjjl een andere maal de instelling onder een bijzondere benaming voorkomt6).

1) Augustinus ia ps. 147. 12. Migne: Patr. Lat. 37, bid. 1921.

2) Augustinus, sermo 39. 6. Migne: Patr. Lat, 38, bid. 243.

3) Bastlius, Ep. U, 143. Migne: Patr. Graeca. 32, bid. 591.

4) Hxebon., ep. ad Oceanum de morte Pabiolae, t. 4, ed. Manr Paris 1706, bid. 66.

5) Cfr. Dernburg, Pandekten. Berlin, 1894, I, bid. 147.

Vangerow, Lehrbueh der Pandekten. Marburg 1863, I, bid. 99.