is toegevoegd aan uw favorieten.

De candidatuur-Hohenzollern

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78

vorderd was, dat het tot stand komen ervan slechts afhing van de Cortès.

Ten onrechte verwierp Oetker de zienswijze van Lenz, x) die in het standpunt, dat de Koning niet als souverein, maar als hoofd van het geslacht zijn toestemming verleende, een fictie zag, want het is inderdaad een fictie, om de realiteit onder een schoon mom te verbergen.

Waartoe had de koning immers het advies noodig van Bismarck, Moltke, von Roon, Delbrück en Thile, wanneer hij slechts toestemming te geven had als hoofd van het geslacht ? Daartoe was toch geen dergelijke uitgebreide vergadering noodig geweest.

Het komt mij voor, dat de koning deze raadslieden tot de bijeenkomst uitnoodigde, om er zich van te vergewissen, hoe het oordeel van verschillende vooraanstaande figuren op militair en staatkundig gebied over deze aangelegenheid luidde, en met hen te overleggen, welke voordeden of gevaren voor Pruisen konden voortvloeien uit een eventueele aanvaarding van de candidatuur; vragen, die dan ook inderdaad ter sprake kwamen op de zoogenaamde familie-vergadering.

Henry Salomon, een Fransch historiograaf van den laatsten tijd, beziet m.i. de zaak geheel van het juiste standpunt ; ik veroorloof mij daarom, hier een uitvoerig citaat uit zijn boek te laten volgen.

Hij zegt o.a.: „Officiellement le gouvernement prussien est en dehors de la question. Ni le Parlement prussien, ni celui de la Contédération du Nord n'ont rien su", maar, zoo vervolgt hij: ,,aussi bien, ni la Prusse, ni la Confédération ne connaissent le régime représentatif tel qu'on le

l) Lenz: Geschichte Bismarck's, bl. 390.