is toegevoegd aan uw favorieten.

De candidatuur-Hohenzollern

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

Maar toch kan men, volgens Rathlef, dit oordeel van Röszler niet klakkeloos overnemen, omdat het steunt op de onbewezen veronderstelling, dat Bismarck met de candidatuur-Hohenzollern den oorlog gewild heeit.

Dezelfde vaagheid kenmerkt z.i. het rhetorische oordeel van Busch. Zonder eenig bewijs schrijft deze aan Bismarck agressieve politiek toe, alleen steunend op de onderstelling, dat een oorlog tegen Frankrijk noodzakelijk was, toen er gevaar ontstond van een Driebond* tegen Pruisen.

Het belangrijkste is z.i. het oordeel van Lothar Bucher, omdat deze Bismarck 's doeleinden tegenover Frankrijk niet afleidt uit vage hypothesen, maar uit reëele feiten.

Tweemaal heeft Bucher zich geuit over Bismarck's doeleinden. Den eersten keer tegenover Busch op den 25en April 1888. Hij karakteriseerde toen de candidatuur als een val voor Napoleon en voegde daaraan toe, dat noch keizer Wilhelm noch de kroonprins eenig idee hadden van de eigenlijke plannen van Bismarck met de candidatuur.

De tweede mededeeling dateert van Januari 1892.

Ziek en ontevreden over den toestand in Friedrichsruhe, waar hij Bismarck hielp bij het samenstellen der Gedanken und Erinnerungen, sprak hij tot Busch: ,,§eien Sie froh, dasz Sie nicht an meiner Stelle sind, da arbeitet man in jeder Beziehung ohne Erfolg und Freude. Es ist ein ganz hoffnungsloses Bemühen und gibt nichts für die Geschichte.'' Hij klaagde er over dat „Bismarcks Gedachtnis mangelhaft, sein Interesse gering sei, dasz er absichtlich zu entstellen anfange, und zwar bei klaren ausgemachten Thatsachen und Vorgangen. Bei nichts was miszlungen ist, will er beteiligt gewesen sein, und niemand laszt er neben sich gelten als etwa den alten Kaiser und General von Alvensleben. Am Kulturkampf will er keine Schuld haben, auch hat er nichts