is toegevoegd aan uw favorieten.

De candidatuur-Hohenzollern

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

109

leenden zij of aan het „Immediat-Bericht", dat Bismarck in Februari 1870 aan von Keudel dicteerde, of aan dez.g. coalitiepolitiek van Frankrijk, of aan het „Romeinsche vraagstuk".

Hesselbarth 1) neemt aan, dat Bismarck vóór Juni 1870 niet alleen niet op een oorlog aanstuurde, maar zelfs niet dacht aan de noodzakelijkheid of waarschijnlijkheid daarvan.

Zijn motieven waren nieuw. Hij beriep zich op een zin, die voorkwam in den instructiebrief 2) aan Bucher van 5 Juni 1870: ,,es sei möglich dasz eine vorübergehende Aufregung in Frankreich entstehe, und es sei alles zu unterlassen, was diese vermehren könnte", en verder op het feit, dat Bismarck den 12den Juni 1870 uit Varzin telegrafeerde, alle berichten uit Madrid door te zenden aan prins Leopold.

Het laatste argument wordt echter krachteloos gemaakt door het feit, dat Bismarck den 12den Juni ook aan Salazar een telegram zond, waaruit blijkt dat hij zeker rekende op het aannemen van de candidatuur door den erfprins zoodat hij zich voorloopig op den achtergrond kon houden. Aan deze critiek op de meening van Hesselbarth kan nog worden toegevoegd de opmerking, dat Hesselbarth even sophistisch redeneert als Rathlef, omdat hij angstvallig blijft vasthouden aan een zin, zonder in te gaan op het verband, waarin deze zin uit den instructiebrief moet geinterpreteerd worden.

Typeerend voor dezen tijd, waarin men Bismarck trachtte te schilderen vrij van oorlogszuchtige bedoelingen tegen

!) Hesselbarth : Drei psychologische Fragen zur spanischen Thron* kandidatur Leopolds von Hohenzollern. Leipzig, 1913. Vooral het hoofdstuk: Bismarcks Verhalten bet der ganzen Verhandlung. S Hiervóór, blz. 72—73.