is toegevoegd aan uw favorieten.

De timmermeesters, weidegraven, hoofd-, brug-, straat-, wegen- en artilleriemeesters

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

Van geschillen tnsschen Raad en Gezworen Gemeente over de bezetting van het hoofdmeesterschap wordt nimmer gewag gemaakt: blijkbaar werd aan dit ambt minder gewicht gehecht dan aan dat van timmermeester.

Ook de rekeningen der hoofdmeesters werden in den beginne opgenomen door Schepenen en Raad en daarna door de in het laatst der 16de eeuw opgerichte Rekenkamer'). Voor het eerst werd de rekening van Herman Scharff over 1597 in Juni 1602 door deze kamer afgehoord.

Evenals die van den timmermeester bestonden de ontvangsten van den hoofdmeester in den aanvang uit bijdragen van den cameraar, waarnaast vaak als extraordinaris ontvangsten de opbrengst van verkochte twijg en bijdragen van de Achtenkamer geboekt werden. Van 1596 af waren de gewone ontvangsten bepaald op 14 g.gld. per week, die voldaan werden uit den accijns op bier, doch van 1741 af wegens de lagere opbrengst dier belasting verminderd zijn Gelijk voor den timmermeester hield ook voor den hoofdmeester deze vaste bijdrage uit de bierkamer op ingevolge het besluit van Schepenen en Raad d d 25 November 1757 en het concordaat van U December d.a.v. 2). Sindsdien bestaan zijne ontvangsten uitsluitend uit de opbrengst der jaarlijksche twijgverkoopingen, in gevallen van grootere uitgaven vermeerderd met bijdragen uit het cameraarschap.

1) Zie blz. 10.

2) Zie blz. 11.