is toegevoegd aan uw favorieten.

De pijnbank in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

Romeinsch recht zelfs reeds vóór het grafelijke tijdperk hier gegolden heeft. Het is bekend, dat in de 12de en 13de eeuw Nederlandsche jongelieden de Italiaansche hoogescholen bezochten; in de 12de eeuw had Irnerius zijn school, die zooveel opgang maakte, te Bologna gevestigd. De studie te Bologna leidde tot oprichting van andere scholen, waar het Romeinsch recht gedoceerd werd, in Duitschland en Frankrijk. Van den Spiegel vermeldt, dat zelfs reeds in de 10de eeuw Friezen naar Italië gingen om te studeeren1). Dat in de 14de eeuw ook velen naar Frankrijk gingen om in de rechten te studeeren blijkt uit het versje van dien tijd:

Filü nobilium dum sunt juniores Mittuntur in Franciam fieri doctores. Ook blijkt uit het werk van Philippus a Leydis „De Cura Reipublicae", dat reeds in de 14de eeuw het Romeinsch recht hier te lande gezag had'). Later heeft ongetwijfeld de oprichting van de hoogeschool te Leuven in 1425, waar van den aanvang af het Romeinsch recht gedoceerd is en van gerechtshoven, in het bijzonder van den Grooten Raad, die, in 1455 te Atrecht gevestigd, in 1473 zijn vasten zetel te Mechelen kreeg, de toepassing van dat recht bevorderd'), maar reeds in de 14de eeuw was het hier bekend en kon het toepassing vinden, ook de bij en door de Romanisten wel bekende quaestio of tortura. „Toen het Roomsche regt in gebruik kwam, nam men daaruit de pijnbank over en paste die geheel onwettig ook op vrijgeboornen toe" leest men bij Mr. L. Ph. C. van den Berg in diens uitnemende „Verhandeling over de Oude Wijze van Strafvordering"*).

Wanneer men spreekt van den invloed van het Romeinsch recht in de 14de eeuw, dan is dat niet de kennis van het zuivere jus Romanum, het Corpus juris, maar de kennis van dat recht, zooals het door Italiaansche schrijvers werd geleerd, vermengd met kennis van de practijk van het recht in Italië. Het is dus beter te spreken van den invloed van Italiaansoh-Romeinsch recht. Daarnaast deed zich gelden het Canonieke recht, waarvan wij gezien hebben, dat het de inquisitio kende. Het is bekend, dat de schrijvers bij de gerechten, notarii, ook hier te lande

*) Van den Spiegel. Oorsprong en Historie der Vaderlandsche Rechten, 1769, bl. 105.

s) R. Fruin. Over Philips van Leiden en zijn werk. Verspreide Geschriften I, bl. 132 en 139. Tractatus de Cura Reipublicae et sorte principantis.

3) W. Modderman. De Receptie van het Romeinsch Recht, bl. 69, 70. J. A. Fruin. Het Regt en de Regtsbedeeling onder de Republiek. Vaderlandsche Letteroefeningen van 1867, 2e deel bl. 406.

*) T.a. p. bl. 121.