is toegevoegd aan uw favorieten.

De pijnbank in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

de slaaf wordt gepijnigd als misdadiger èn als getuige. Als getuige kan hij, behoudens bepaalde gevallen, zooals echtbreuk, hoogverraad, valsche munt en doodslag, niet gehoord worden tegen zijn eigen heer. Bekent hij ten gevolge der foltering, dan wacht hem een straf, die zwaarder is dan wanneer hij bekent vóór de foltering. Doorstaat hij de pijn, dan wordt hij vrijgesproken. Vrijgeborenen komen alleen als beschuldigden voor tortuur in aanmerking. Edellieden en hofambtenaren konden alleen wegens „capitale" misdrijven gefolterd worden, bij andere misdrijven konden zij zich bevrijden door den zuiveringseed; de andere vrijgeborenen konden ook wegens andere misdrijven gefolterd worden. De foltering duurde drie dagen*•). De Iex Salica kent alleen tortuur van servi, in het bijzonder bij diefstal en bepaalt de pijnigingsmiddelen, zij vermeldt namelijk bank en geeseling (tit. 43). De op de bank uitgestrekte werd met roeden geslagen, de wet bepaalde het aantal slagen. Men mag dus wel aannemen, dat reeds in de 5de of de 6de eeuw — de lex Salica is waarschijnlijk plm. 510 ontstaan — bij onze voorouders de pijnbank in gebruik was'). De lex Bajuariorum — vermoedelijk opgesteld plm. 745 — spreekt ook alleen van het pijnigen van servi. Zij bepaalt, evenals de lex Visigothorum, dat als de slaaf onschuldig gefolterd is, de heer ter ver~ goeding nog een slaaf, en als de slaaf omgekomen is, twee slaven krijgt. Dit laatste vindt men ook in de Capitularia van koning Dagobert van 630').

In het tijdvak na de Frankische koningen schijnt de tortuur hier te lande in onbruik te zijn geraakt, alleen de godsoordeelen waren in zwang en men hoort niets meer van de tortuur.

§ 2. Romeinsch recht. Carolina. Crimineele Ordonnantiën.

Van het recht, dat de voorwaarden stelt, waaraan moet zijn voldaan om te mogen pijnigen, en regels geeft met betrekking tot de pijniging

*) Westphal t.a.p. bl. 81, 82. F. Dahn. WeBtgothische Studiën bl. 282—285.

*) Dit leest men ook bij G. van Loon. Beschrijving der aloude regeeringswijze van Holland, 1745, deel III bl. 49. De Salische Franken woonden tusschen de Maas en de Somme.

') Dagoberti Regis Capitulare tertium, kennelijk in de lex Bajuariorum opgenomen. Titulus VIII De furto, cap. 18. De accusatione servi alterius. 1. Si quis servum alienum injuste accusaverit et innocens tormenta pertulerit pro eo quod innocentem in tormenta tradidit domino simile mancipium reddere non moretur. 2. Si vero innocens in tormento mortuus fuerit, duos servos ejusdem meriti sine delatione restituat. 3. Sinon habuerit servum aut unde componat ipse subjaceat servituti, quia innocentem fecit occidi.