is toegevoegd aan uw favorieten.

De pijnbank in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46

„op 't stuck van de heresie" dan had men deze woorden moeten plaatsen na „die Criminele Ordonnantie by den Hertoge van Alve gemaeckt". Dit mag men wel als vaststaande aannemen, dat de meeningen over de vraag, of de Ordonnantiën verbindende kracht hebben behouden, tijdens de Republiek verschillend waren. Het feit, dat de Staten van Holland in 1732 besloten stappen te doen om tot eene herziening van beide Ordonnantiën te komen, bewijst, dat zij dezelve nog als wet erkenden1. Zij vonden toepassing, al stond hare rechtsgeldigheid niet vast.

Voor ons onderwerp zijn het meest van belang de artt. 39—42 der Ordonnantie op den Stijl. Art. 39 bepaalt: „Soe verre die rechters, nadien zij de processen gevisiteert ende deursien sullen hebben, bevinden de zake ende materie gedisponeert te zijne, nae de termen van rechte ende iusticie, om totter pynbanck geprocedeert te worden, sal die sententie van stonden aen den gevangenen by gescrifte gepronunceert moeten worden, om die terselver stont ter executie te leggen"8). Art. 40 schrijft voor, wat het gevolg is van bekentenis en wat gedaan moet worden, indien de beklaagde zijne bekentenis herroept: „Ende indien mitz de voirseyde pynbanck, de gevangene belydt tgene des hem opgeleydt wordt: willen wy, dat buyten der plaetsen derselver, ende binnen eener dage daernae (indient zoe zy, dat hy actuelycken gepynt ende uuytgereckt is geweest) anderwerfven ondervraecht zal worden, sonder pijnbanck, ende buyten de plaetse derselver, om te besien, oft hy op zyn belydinge blyft staen, om daervan noticie te houden ende zyn pyninge tapproveren: Maer indien hy tselve wederroept, sal wederom op de voirseyde pynbanck geleyt worden, zoe verre die rechters bevinden zulcx te behoiren oft zullen daerinne anderssins mogen doen, zoe nae rechte ende redene behoiren sal". Hier vindt men dus de ratificatie voorgeschreven, zij was algemeen in zwang. Art. 41 geeft antwoord op de vraag, wat te doen, als de beklaagde de pijn doorstaat. „Ende indien hy de voirseyde pynbanck verdraecht, ende men van hem nyet en kan weten noch vernemen, En willen wy nyet, dat denselven zonder nyeuwe indicie *), ter voirseyde

4) Resolutiën van Holland van 1 Mei 1732, bl. 243. Zie J. M. Kemper Crimineel Wetboek van het Kon. Holland. Inleiding bl. 74. Ook in de Zuidelijke Nederlanden bleven zij erkend.

') Hier is de tekst gevolgd, zooals die gepubliceerd is door Voorda in „De Crimineele Ordonnantiën" van 1792.

») Dit stemt overeen met de leer van Aretinus: Repeti non debet malefactor in tormentis sine novis indiciis (De Maleficiis ed. 1565 bl. 272). Si nova non supervenerunt indicia, debet relaxari. (De Maleficiis. Quod Fama Publ. 119).