is toegevoegd aan uw favorieten.

De pijnbank in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49

Indien de verdachte tevergeefs gefolterd is en bij zijne ontkentenis heeft volhard, mag hij niet nogmaals gepijnigd worden, zoolang niet nieuwe aanwijzingen tegen hem zijn békend geworden'). Men nam aan, dat door het doorstaan der pijniging de bestaande aanwijzingen gezuiverd waren '). Van Leeuwen zegt, dat het aantal malenTn pijniging onbepaald is, zoodat telkens wanneer nieuwe bewijzen aan het liehtkomen opnieuw gefolterd mag worden. Sommige schrijvers nemen echtereen aldus was ook de practijk van het parlementte Parijs een maximum van twee-maal aan»), andere stellen het maximum op drie') Wanneer de beschuldigde, gefolterd zijnde, de bekentenis herroept zonder die herroeping aannemelijk te maken, zeggende, dat hij bekend heeft alleen om van de pijn verlost te worden, moet, of gelijk Bort leert mag hij andermaal op de pijnbank worden gelegd, omdat de verkregen bekentenis de aanwijzingen heeft versterkt5)

Als de gevangene het feit bekent, moet hij een etmaal •) later niet vroeger „ne durare adhuc tormentorum metus videatnr" gelijk 'l3ort zegt en ook niet later weer gehoord worden en moet hem buiten de plaats, waar gefolterd werd, gevraagd worden, of hij bij zijne bekentenis volhardt7). '

Niet gefolterd mogen worden zwangere vrouwen en kinderen beneden de veertien jaren; de laateten mogen Vel met een zweep of een roede geslagen worden"). F In welke mate gepijnigd mag worden, hangt af van de omstandig-

Iv/nunTlfUS 1 ^ P' * num- % Matthaeus t a. p. cap.

Brussel (1657) tÏonnS o^P^Z^m Tiln X^l v« CHmteee,e Saecken, tit IX, sub 36. ^SJS'

« F^t^v?nT24 S W^ algemeen a"™- Omnia Opera, liber V

A \ l ^ geeuwen Rom. tfoll. Recht, boek V, deel 28 slot

11^,9 rrt' Tn^t' Ut 9> 35. Matthaeus t a. p*jtft ^Quaes^mm.

wSJSS^ vl cPapCutPXXIil.nUm- 6' ■ HUber' ÖÏÏSi RechtsV a n He ij n s bergen, De Pijnbank in de Nederlanden, 4