is toegevoegd aan uw favorieten.

De pijnbank in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

lichaam wordt uitgerekt „met een wielken, stocxken of ander instrumentken". Ook wordt hij gebonden boven de knieën over de dijen. „Altemet een ront hoepelken van koorden gemaekt vol groote knoopen (geheeten 't pater noster), dat men doet om 't voorhooft ende seer of luttel wringt met twee stocxkens". Daarna legt de beul een natte doek op de oogen van den patiënt, doet zijn neusgaten toe en giet koud water op „zijn herteput, zijn teenen, beenen en elders", dan stelt hij een breidelken in zijn mond en giet er koud water in totdat het lichaam gezwollen is, zoolang als de rechter oordeelt, dat dit geschieden kan zonder groot gevaar. „Ende dese maniere van pynen is gemeenlyck geuseert binnen den lande van herrewaerts over, daertoe hebbende alomme ghenoeg gelycke instrumenten". Het komt voor, dat men vóór het aandoen van die pijniging al het haar van het lichaam afscheert, om te onderzoeken, of de patiënt geen remedie bij zich heeft om hem ongevoelig te maken tegen pijn1).

Wielant leert, dat de rechter altijd medelijden met den patiënt moet hebben en acht moet geven op diens leeftijd, zijn „cranckheyt oft sterckheijt, zijne ziekte oft gezondheyt ende wat hij in de pijne verdragen en mach". Hij moet „soutelijc" beginnen, daarna strangelijck" en daarna nog harder naar den ernst van het delict, de aanwijzingen of vermoedens, die hij heeft, en naar de manier van antwoorden; hij heeft niet te letten „op zijn roepen, op zijn crijschen, carmen oft clagen"'). Men moet echter zorgen, dat het lichaam niet verminkt, niet gekrenkt of te zeer gekwetst worde.

Als methode, die zeer geschikt is om veel pijn te doen zonder het lichaam te kwetsen noemt hij: het lichaam te binden in een „laecken, daer 't nieuwers welchen mag ende dan te bindene bij de twee groote teenen, want met windene 't lichaem rijst ende reckt 't welcke doet den patiënt onverdragelijcke pijne ende cesseert te stont als men 't welken staect ende en quetst 't lichaem niet", eene methode, die veel werd toegepast door den in 1481 overleden baljuw van Vlaanderen van Dadigele. Jammer genoeg is deze plaats bij Wielant onduidelijk, want wat beteekent „daer 't nieuwers welchen (= welken) mag", nadat van een laken is gesproken? De gewone beteekenissen van welcken: verwelken, verslappen of nat maken kunnen hier niet toepasselijk zij. Merkwaardig is, dat wij bij Damhouder, van wien het bekend is, dat hij veel van Wielant heeft overgenomen, in plaats van „laecken"

4) Damhouder. Practijcke in Criminele Saecken, caput 37. Het bovenstaande is ontleend deels aan de uitgave van 1616, deels aan die van 1660. ') T. a. p., caput 36.