is toegevoegd aan uw favorieten.

De pijnbank in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

hem sterker. Tichelaar hield de waarheid van zijne beschuldiging vol en verzocht zelfs tegen den ruwaard gepijnigd te mogen worden. De Procureur-Generaal diende nu bij het Hof zijne conclusie in, verzoekende scherper examen. Stond nu wel het crimen vast? „Van een voorslag om den Prins om hals te helpen", zegt Bilderdijk, „consteerde zekerlijk uit de confessie hinc inde der twee personen, die er elkander van beschuldigden, maar zeker was er niet de volle halve preuve, die voor de tortuur vereischt was". Het hof stond de territio realisJ) toe. Den 19en Augustus werden hem de scheenschroeven aangezet. Hoewel dit niet behoort tot de tortuur, deed dit hem veel pijn. Dit geschiedde een poos, voordat de raadsheeren binnen kwamen, zoodat de beschuldigde een kwartier of een half kwartier tijd had om te bedenken, of hij zou bekennen. Hij bleef moedig, verzette zich tegen het pijnlijke van deze niet-pijniging en riep Horatius' woorden: Hie murus aheneus esto. Toen deze territie vruchteloos was afgeloopen, kon de Fiscaal niet tegen hem eischen: hij legde de stukken over en refereerde zich aan het oordeel van het Hof. Tegen de bewering, dat de scherprechter de Witt met een 50-pondsgewicht aan iederen teen over een katrol heeft opgetrokken zegt Bilderdijk, dat hij dit uitgesloten acht, ten eerste omdat alleen territie was gelast, niet de tortuur, ten tweede, omdat, indien de Witt de tortuur had doorstaan, hij vrijgesproken zou zijn, hetgeen niet gebeurd is'). Bilderdijk verklaart, dat hij de processtukken, waarin de adjudicatie van de territie voorkomt, zelf gelezen heeft *).

Ik heb de „Crimineele papieren rakende den Ruard C. de Witt, Tiglaar en De Graaf", in het Algemeen Rijksarchief aanwezig, geraadpleegd, maar vond geen enkel stuk, dat van territie of tortuur gewag maakte. Evenwel is mij gebleken, dat inderdaad tot tortuur en niet slechts tot territie is besloten uit de „Stukken betreffende het regtsgeding gevoerd tegen Cornelis de Witt", afkomstig van den raadsheer in den Hoogen Raad van Holland, Zeeland en Friesland R. van Kinschot*), aan het slot waarvan men leest onder „Lunae 15 Aug." bij de beraadslaging van het Hof, of de Witt aan het scherpe examen moet worden onderworpen: „Praeses soude niet connen verstaen tot scherper examen van den Ruaert. In allen gevalle soude meynen, dat

*) Dus slechts het aanzetten van de scheenschroeven. ») T. a. p., deel X, bl. 215. ») T. a. p. bl. 217.

4) Gepubliceerd in „Berigten van het Historisch Gezelschap te Utrecht", 2e deel, 1846, bl. 15.