is toegevoegd aan uw favorieten.

De pijnbank in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110

een half uur noemt hij reeds zeer zwaar; ook Farinacius leert, dat het pijnigen niet langer dan een uur mag duren, zelfs in de zaken van de zwaarste misdaden, terwijl in geringe zaken de beschuldigde slechts kort gepijnigd mag worden: hij onderscheidt vier tijden, namelijk van een Ave Maria, van een Pater Noster, van een Miserere mei en een kwartier. Van Heemskerk acht zelfs een kwartier te lang gepijnigd te worden „met schricklijcke gewichten gerabraeckt zijnde ende van angst des gemoeds en smerte des lichat, s de Vyerscharen en ooren der Rechteren met een deerlijck geschreeuw te vergeefs moede makende".

Matthaeus heeft zich in zijn boven aangehaald uitnemend wetenschappelijk werk „De Criminibus" tegen de tortuur uitgesproken. De argumenten tegen de pijnbank acht hij sterk, die vóór dezelve zwak. Maar hoewel hij in het algemeen de foltering verwerpt, keurt hij ze goed in twee gevallen, namelijk 1° wanneer iemand van landverraad beschuldigd is, omdat dan het openbaar belang opweegt tegen de gestrengheid, mits er niet gefolterd worde zonder aanwijzingen van schuld; 2° wanneer er genoegzaam bewijs van schuld is, dan mag de verdachte gefolterd worden ten einde hem te dwingen zijn medeplichtige op te geven, indien hij een ernstige misdaad gepleegd heeft, die hij niet alleen heeft kunnen plegen1).

Een uitvoerige bestrijding der pijnbank geeft Jonktijs in zijn vermaard werk „De Pijnbank wedersproken en bematigt"*), dat geheel aan de pijnbank gewijd is en waarvan hij vooral in het tweede deel „vervattende de redenen, waarom de pijnbank bij de Christelijke Rechters niet en mag gebruykt worden" zijn bezwaren tegen de foltering uiteenzet. Hoewel hij in het derde boek aandringt op matig gebruik van de pij nk, moet hij toch tot de felle tegenstanders gerekend worden. Hij zal in het tweede boek aantoonen, dat deze gehate instelling ,noch op eenig gebod noch voorbeeld der Heyliger Schriftuyre steunt", in strijd is met de liefde en het natuurrecht en den weg opent tot velerlei kwaad, terwijl haar gebruik altijd onzeker en bedriegelijk is.

Behalve dat het gebruik van de pijnbank noch in het Oude noch in het Nieuwe Testament steun vindt, is het in strijd met de algemeen

*) T. a. p. De Quaestionibus, cap. V, sub 1 in fine. De eerste druk verscheen in 1644. 0

*) De eerste druk is van 1651. In 1740 verscheen een tweede druk. De schrijver, Daniël Jonktijs, was blijkens het voorwoord van den 2den druk geneesheer en oud-schepen te Rotterdam.