is toegevoegd aan uw favorieten.

De pijnbank in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

125

gevallen bekend van beschuldigden, die de pijn doorstonden en vrijgesproken werden, hoewel zij inderdaad schuldig waren, (o.a. Tacitus, Annales lib. 4, cap. 45, Livius lib. 24, cap. 5, Seneca, De Ira lib. 2, cap. 23). Edoch, deze gevallen zijn zeldzaam en het is niet zomer, omdat er een zwaluw vliegt. Een luttel aantal voorbeelden, die in den loop der eeuwen zich hebben voorgedaan, is niet voldoende om de vastgestelde orde van rechtspleging omver te werpen (ad evertendum judiciorum ordinem ad infrengandam receptam in hunc usque diem veritatis investigandae methodum). Zoo zou men elk stelsel van bewijs kunnen bestrijden en het recht krachteloos maken, waardoor wij tot een chaos zouden wederkeeren: men kan toch ook niet de rechtspraak afschaffen, omdat het voorkomt, dat rechters zich laten omkoopen of onrechtvaardig zijn. Ook getuigen kunnen valsch verklaren en toch is het getuigenbewijs onmisbaar. Naar mijne overtuiging zijn meer onjuiste vonnissen gewezen op grond van valsche getuigenverklaringen dan ten gevolge van door foltering verkregen bekentenissen. Zelfs kleven er bezwaren aan het gebruik maken van vrijwillig afgelegde bekentenissen *). Men moet van de pijnbank elk misbruik achterwege laten, maar het goed en geregeld gebruik behouden. Men dient bij de toepassing der pijnbank wel te Ietten op de gerezen vermoedens en aanwijzingen, niet op een bloote beschuldiging of zeer licht vermoeden mag men tot tortuur overgaan, in welk geval, gelijk Ulpianus terecht zegt, men aan de afgeperste bekentenis niet altijd geloof mag hechten. Maar als de rechter voorzichtig te werk gaat en alleen de pijnbank toepast, als de misdaad genoegzaam bewezen is en op den beklaagde de allerzwaarste vermoedens vallen, dan is er niet de minste schaduw van onbillijkheid in te ontdekken, die ook niet te vinden is in de voorloopige hechtenis en het gebruik van bewijsmiddelen als getuigenis, eed en zelfs vrijwillige bekentenis, zoodat er geen reden is om bewijskracht te ontzeggen aan een bekentenis, door tortuur verkregen en later zonder nieuwe pijniging herhaald. Op deze gronden blijft Voet van oordeel, dat de pijnbank ten onrechte als onrechtvaardig wordt gequalifjceerd.

Met deze opvattingen van Voet stemt de schrijver ten volle in. Hij voegt daar nog aan toe, dat het gebruik der pijnbank bij de Romeinen niet gelijk staat met het gebruik bij ons, omdat de slaven gepijnigd werden ook ter ontdekking van misdaden door anderen gepleegd, omdat

*) Voet verwijst hier naar 1. 1 § 17 et uit De Quaestionibus, 1. 23 § uit., 1. 24 1 .25 D. ad legem Aquüiam, L 4 D. de confessis, 1. 29 § 1 D. de Probationibus.