is toegevoegd aan uw favorieten.

De pijnbank in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

132

niet mogelijk is, dat een onschuldige gepijnigd wordt, ontkennend, maar neemt men aan, dat dit wel mogelijk is, waar genoegzaam bewijs van schuld is, dan bewijst zulks nog niets tegen de pijnbank, omdat men dit tegen alle vonnissen kan aanvoeren, die geveld worden op bewijs zonder bekentenis.

Het stelsel, dat voor doodstraf bekentenis vereischt wordt en tortuur geoorloofd is, acht Mr. Calkoen minder gevaarlijk dan het stelsel, dat bekentenis daarvoor niet vereischt is en tortuur is uitgesloten. Onze procedure is aldus: ontkent de beklaagde, dan wordt omzichtig onderzocht, of de zaak voor scherper examen geschikt is of niet. Zoo ja, dan zal dit plaats hebben; zoo neen, dan wordt de gevangene onder handtasting ontslagen of ontvangen in een gewoon proces om ex carcere zijn verweer te voeren met behulp van een goeden raadsman. Aldus wordt èn de onschuld beschermd èn de misdaad vervolgd. In Engeland daarentegen kan men ter dood veroordeeld worden, hoe sterk de gevangene ook ontkennen moge, op grond van het getuigenis van medeplichtigen, dit stelsel is ongetwijfeld gevaarlijker dan het onze. Bovendien is er geen reden om hier te lande, waar zij zoo voorzichtig tewerk wordt gesteld, de pijnbank af te schaffen: door den gematigden regeeringsvorm en de menschlievende geaardheid, die, naar het getuigenis van vreemdelingen, onze landaard bezit, heeft bij ons de tortuur die hatelijke en schandelijke gevolgen niet, die zij elders schijnt te hebben.

Wat is — afgezien van de vraag, of zijn conclusie juist is, — het klemmende in het betoog van dezen advocaat, die in zijn hart blijkbaar meer officier van justitie dan raadsman was? Zijn gewichtigste argument ligt hierin, dat rechtens de confessie vereischt is voor oplegging van doodstraf, dat het derhalve om den schuldige de hem toekomende straf op te leggen noodig is zijne bekentenis los te krijgen en dat het dus een eisch van rechtvaardigheid is — waar men toch van oordeel is, dat genoegzaam bewijs van schuld aanwezig is — den beklaagde te dwingen te bekennen. Het aanwenden van geweld geschiedt dan ongetwijfeld om aan ethische eischen te voldoen. Het uitgangspunt van het argument is dus het voorschrift, dat voor veroordeeling ter dood confessie noodig is. Dit schijnbaar goed beginsel, „een bolwerk voor brave burgers" is ongetwijfeld oorzaak geweest èn van veelvuldige toepassing der pijnbank èn van haar behoud.

Ook Professor Voorda was tegen de afschaffing van de pijnbank. In zijn van zooveel geleerdheid en talent getuigend werk van 1792 „De Crimineele Ordonnantiën in de Nederlanden" spreekt hij zich uit vóór het behoud der pijnbank. Binnen zekere perken acht hij het gebruik derzelve wettig en rechtmatig. „Ik gelove zelf, dat het ter