is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerp en gewijzigd ontwerp besmettelijke ziektenwet 1924, en de daarbij behoorende stukken, vergeleken met de bestaande wetten van 1872 en 1884 tot regeling van de bestrijding dezer ziekten en van aantekeningen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. 65, art. 6; W. 72, art. 16 8

O. en G. 0. 24, art. 2

6 Op overtreding van W. 72, art. 16 was (zie W. 72, art. 30, tweede lid) een boete van ƒ 0,50 tot f 25 — of een hechtenis van één tot drie dagen gesteld; op overtreding van O. 24, art. 2 alleen een boete van ten hoogste ƒ 1000,— (zie O. 24, art. 36).

7 Deze kennisgeving moet omvatten naam, woonplaats, geslacht en leeftijd van den patiënt of vermoedelijken patiënt.

8 Dit artikel zal vervallen. Zie O. 24, art. 44.

9 V. V. i» De omsclirijving „Iedere geneeskundige, die vermoedt" werd te ver gaande geacht. Bij elke keelaandoening is er eenig vermoeden van diphterie. Op beperking van dit voorschrift werd aangedrongen. (Zie ook noot 2a.)

10 M. v. A. Met betrekking tot de endemische ziekten is aan het eerste, in het V. V. geopperde bezwaar tegemoet gekomen. Voor het geval van vermoeden van zoodanige ziekte behelst het tweede lid van het artikel thans de opdracht aan den behandelenden geneeskundige, onverwijld maatregelen te nemen om de uitbreiding der vermoede ziekte te voorkomen. Ten aanzien van de exotische, zooveel gevaarhjker ziekte, is kennisgeving van het vermoeden behouden, terwüle van een spoediger zekerheid. Aan het eerste lid is voor het geval van vermoeden van een exotische ziekte een slotzin toegevoegd, waarin een beroep wordt gedaan op de medewerking van den geneeskundige.

Ten slotte is de plicht van den medicus ten aanzien van de endemische ziekten beperkt tot hetgeen hij bij een door hem behandeld persoon waarneemt. In verband met het zooveel grootere gevaar, dat van de exotische ziekten dreigt, is die beperking met betrekking tot deze ziekten weggelaten.

11 Nieuwe redactie. Gewijzigd ontwerp artikel 2.

1. Iedere geneeskundige, 8 die een geval van een besmettelijke ziekte van groep A*b vermoedt of vaststelt, geeft onverwijld, in ieder geval binnen 24 uren*, daarvan kennis 7 aan den burgemeester van de gemeente, binnen welke de vermoedelijke lijder of de lijder zich bevindt en aan den inspecteur 8. Hij neemt maatregelen, waardoor de uitbreiding van zoodanige ziekte kan worden voorkomen.

2. Iedere geneeskundige, die bij een door hem behandeld i» persoon een geval van een besmettelijke ziekte van groep Ba* vermoedt, neemt onverwijld maatregelen, waardoor de uitbreiding van zoodanige ziekte kan worden voorkomen. Zoodra hij een geval van een besmettelijke ziekte van groep B heeft vastgesteld, geeft hij binnen

8