is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerp en gewijzigd ontwerp besmettelijke ziektenwet 1924, en de daarbij behoorende stukken, vergeleken met de bestaande wetten van 1872 en 1884 tot regeling van de bestrijding dezer ziekten en van aantekeningen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nieuw

86 O. 24, art. 16 G. O. Vervallen

op ruime wijze gebruik maakt van zijn bevoegdheid om vrijstellingen te verleenen boven het in de wet genoemde aantal. Welken maatstaf — vroeg men — zal de Minister aanleggen bij de beoordeeling van de vraag, of vrijstellingen boven het wettebjke aantal behooren te worden verleend? Zal hij in gevallen van volkomen gestaafde gewetensbezwaren vrijstelling kunnen weigeren? Men vergete hierbij niet, dat de bezwaren vooral ontstaan bij opeenhooping van veel ongevaccineerden in een bepaalde streek, bijv. in Zeeland, waar de aankomst van de Engelsche booten toch al besmettingsgevaar oplevert.

Door anderen werd het gekozen stelsel wel rationeel geoordeeld. Is eenmaal een zeker aantal vrijstellingen gegeven, dan wordt het verleenen van verdere ontheffingen een ernstige zaak. Te recht zal dit niet kunnen geschieden buiten bemoeiing van een hoogere autoriteit.

Sommige leden stelden er prijs op uitdrukkehjk te constateeren, dat uit de hierbedoelde beperking duidelijk blijkt, dat de Regeering inziet, op welk een gevaarlijken weg de wetgever zich hier is gaan begeven.

Gevraagd werd, wat verstaan moet worden onder „alle scholen" in het eerste lid van het artikel. Men onderstelde, dat hiermede alleen scholen voor lager onderwijs bedoeld zijn.

Ook zou men gaarne vernemen, hoe het voorgestelde percentage van één ten honderd zal werken ten aanzien van gemeenten, welke minder dan 100 schoolkinderen tellen.

6 M. v. A. Van een weerlegging van de over dit artikel gemaakte opmerkingen wordt afgezien, nu het vervallen is tengevolge van de wijziging van O. 24, art. 15.

86