is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerp en gewijzigd ontwerp besmettelijke ziektenwet 1924, en de daarbij behoorende stukken, vergeleken met de bestaande wetten van 1872 en 1884 tot regeling van de bestrijding dezer ziekten en van aantekeningen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. 72, artt. 11, 12, 13

93

O. en G. 0. 24, artt. 20, 21

Voer- of vaartuigen, waarmede het vervoer heeft plaats gehad, moeten onmiddellijk daarna door de zorg en ten koste van den eigenaar worden ontsmet.

Indien het vervoer naar eene andere gemeente geschiedt, geeft de burgemeester der gemeente van vertrek onmiddellijk aan den burgemeester der gemeente van bestemming kennis van de verleende vergunning en van de daartoe gegeven voorschriften.

Vervoer van voorwerpen, naar de plaats voor ontsmetting bestemd, is, met inachtneming van de door den burgemeester te geven voor-? schriften, geoorloofd.

1 Deze voorschriften hebben een belangrijke vereenvoudiging ondergaan, doordat de oude, zeer vérgaande, weinig soepele bepalingen vervaUen zijn en regeling bij algemeenen maatregel van bestuur mogelijk gemaakt is. Zie ook de strafbepalingen O. 24, art. 37 (hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste f 1000).

8 Niet de inspecteur, maar de Kroon zal bij algemeenen maatregel van bestuur de noodige voorschriften geven, omdat hier nog andere dan geneeskundige overwegingen een rol spelen.

Dit artikel vertoont mitsdien overeenKomst met art. 11 van de wet van 10 AprU 1869, tot vaststelling van bepalingen betrekkelijk het begraven van lijken enz. (Begrafeniswet), luidende: „Tijdens het heerschen eener besmettelijke ziekte kan het vervoer van lijken uit eene gemeente, op wier grondgebied eene of meer begraafplaatsen zijn, door Ons worden verboden of slechts worden toegestaan onder door Ons te steUen voorwaarden".

3 Art. 6 der Begrafeniswet luidt: „Geen begraving geschiedt vroeger dan 36 uren of later dan op den vijfden dag na het overlijden.

Ontheffing van deze bepaling kan door den burgemeester, na verhoor van een geneeskundige, schriftelijk worden verleend.

Wanneer een geneeskundige verklaart, dat bespoediging of uitstel der begraving noodig is, kan het begraven op een vroeger of later tijdstip, dan in het eerste Ud van dit artikel is bepaald, door den burgemeester schriftelijk worden gelast.

Door burgemeester en wethouders kan in het belang der volksgezondheid worden bevolen, dat overledenen aan een bepaald aangewezen ziekte, op eenen zelfs binnen de 36 uren na het overlijden te bepalen tijd, worden overgebragt naar een lijkenhuis, indien dit aanwezig is."

4 zie voor de verhouding tusschen inspecteur en behandelend geneesheer W. 72, art. 2, noot 4. Waar een gezondheidsdienst is treedt de directeur van dezen dienst in de plaats van den inspecteur (O. 24, art. 46).

6 Van geneeskundige zijde gaan stemmen op om van deze gelegenheid gebruik te maken door in een in sommige gevallen gevoelde leemte te voorzien, door n.1. in de nieuwe wet bepalingen op te nemen, onder de noodige beperkingen, die het onderzoek (o. q. de opening) van een lijk, indien dat in het belang van den strijd tegen de besmettelijke ziekten wenschelijk resp. noodzakelijk is, mogelijk maken, althans ten opzichte van gevallen en vermoedelijke gevallen eener ziekte behoorende tot groep A. (Zie V. V. bij noot 8.)

6 Het schrappen van W. 72, art. 12 wordt door sommige geneeskundigen betreurd, tenzij de eisch, dat elke begraafplaats beschikt over een behoorlijk lijkenhuis, wordt