is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerp en gewijzigd ontwerp besmettelijke ziektenwet 1924, en de daarbij behoorende stukken, vergeleken met de bestaande wetten van 1872 en 1884 tot regeling van de bestrijding dezer ziekten en van aantekeningen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. 72, artt. 3, 4 95 O. en G. 0. 24, art. 22

REINIGING EN ONTSMETTING; VERVOER VAN VERDACHTE OF BESMETTE GOEDEREN, EET- EN DRINKWAREN.

Wet 1872 artikel 3.

De burgemeester is bevoegd in de in bét vorige artikel genoemde slaapsteden, logementen, woonwagens of woonschepen* maatregelen tot ontsmetting en, na ingewonnen advies van den inspecteur *, krachtens de gezondheidswet belast met het toezigt op de handhaving van de wettelijke bepalingen betreffende besmettelijke ziekte, ook andere maatregelen ter voorkoming van verspreiding der ziekte voor te schrijven en, zoo noodig, te doen uitvoeren.

Bij verzet tegen de volgens dit en het voorgaande artikel te nemen maatregelen, wordt de slaapstede of het logement door den burgemeester, na ingewonnen advies van den inspecteur, gedurende een door hem te bepalen tijd gesloten verklaard.

Wet 1872 artikel 4.

De burgemeester is bevoegd, na ingewonnen advies van den ambtenaar, in het vorig artikel vermeld, of van een in de gemeente praktiserend geneeskundige, huizen, woonwagens of woonschepen, keeten en vaartuigen, die brandpunten van besmetting zijn of dreigen te worden, geheel of gedeeltelijk ten koste van de gemeente te doen reinigen en ontsmetten.

Zie ook wet 1872 artikel 5.

Ontwerp 1924 artikel 22 s.

1. De burgemeester gelast op advies van den inspecteur*0 reiniging en ontsmettingi door een goedgekeurden ontsmettingsdiensts van huizen, keeteniu, yoer- en vaartuigen* en van voorwerpen, goederen of waren*, die gevaar voor verspreiding van een besmettelijke ziekte opleveren. Bij verzet6 tegen eenigen maatregel kan hij het huisio sluiten en onder politiebewaking6 stellen en het voerof vaartuig in beslag nemen'.

2. De burgemeester doet op advies van den inspecteur * » beletten het vervoer van verdachte of voor het overbrengen van besmetting vatbare voorwerpen* uit een huis, keetio, erf, voerof vaartuig, waar een geval van besmettelijke ziekte voorkwam of voorkomt; hij doet op advies van den inspecteur 2 9 mede beletten het gebruik van eet- of drinkwaren o, die gevaar voor verspreiding van een besmettelijke ziekte opleveren en doet die voorwerpen en waren zoo noodig in beslag nemen' en verzegelen.

3. Indien de burgemeester bezwaar heeft tegen een advies van den inspecteur kan hij binnen 12 uur, nadat hem dat advies bereikte, de beslissing van den hoofdinspecteur* vragen onder opschorting van de uitvoering van dat advies. Hij voert de beslissing van den hoofdinspecteur onverwijld uit. (Zie G. O., derde Ud nieuw.)

95