is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Jacques Perk tot nu

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelijk afstonden van ideologie en anekdote, zoo veel mogelijk volle en gesloten gestalten waren.

Want zooals in het oordeel, zoo was het ook in het eigen werk van de dichters. Overal werd gehandeld naar de uitspraak van Leigh Hunt, door Kloos reeds in zijn Inleiding tot de Gedichten van Jacques Perk aangehaald : „Poetry is imaginative passion".

Leigh Hunts uitspraak was in overeenstemming met misschien het beste opstel over dichtkunst dat ooit geschreven is : Shelley's Defense of Poetry.

Shelley stelde in de aanhef van dit opstel het bestaan van twee klassen van menschelijke geesteswerkzaamheid, die hij Rede en Verbeelding noemde. „Deze" — zei hij — „is het ró noictv, of het synthese-beginsel, en heeft voor haar voorwerpen die vormen die de heele natuur en al het bestaande-zelf eigen zijn; gene is het ró loyfeiv, of analyse-beginsel, en haar werking richt zich op de betrekkingen tusschen de dingen, enkel als betrekkingen; denkingen niet beschouwende als zelf-wezende eenheden, maar als algebraïsche gegevens om té komen tot zeker algemeen resultaat".

Het opmerkelijke was niet dat hier twee wijzen van denken, de synthetische en de analytische, tegenover elkaar werden geplaatst, maar dat Shelley de eene, de synthetische, uitdrukkelijk Verbeelding noemde.

„En" — liet hij erop volgen — „Poëzie, in het algemeen, mag beschouwd worden als de uitdrukking van de verbeelding".

■ Wij staan hier voor niets meer, maar ook voor niets minder, dan een ver-strekkende begrips-bepaling. Het verbeeldingsbegrip heeft een geschiedenis die nog niet volledig geschreven is ; en ik zal ook nu niet meer doen dan op sommige trekken ervan opmerkzaam maken. Houden we ons, zooals ik vooral op dit gebied gaarne doe, binnen de gezichtskring van een nederlandsch dichter, dan vind ik in het eerste boek van Spieghels Hertspiegel een opvatting van de verbeelding volgens welke ze een macht

10