is toegevoegd aan uw favorieten.

De Vereenigde Staten van Europa en de taak der juridische en economische wetenschappen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

oorlogsmogelijkheid, die voor een belangrijk deel bestond in de denkbeelden in Duitschland en elders. Deze waren gevoed door leeringen van denzelfden aard als die, welke Prof. Treub meende te mogen verspreiden. Nader onderzoek had hem laakbare factoren leeren kennen ook buiten de strevingen van Duitschers, waarover hij een afkeurend oordeel had moeten vellen. Hij had de hand in eigen boezem moeten steken.

Was hij zoo zeker, dat hij met de uiting van zijn vulgair oordeel, dat gehouden wordt voor dat van een wetenschappelijk man, niet zelf een factor schiep, die mede kan tellen onder de oorzaken van verder onrecht en ellende?

In 1918 reeds schreef ik een ernstige waarschuwing voor hetgeen Europa te wachten stond.1)

„Zoodra het internationaal verkeer zich weder eeniger„mate zal hebben hersteld, zal een geduchte verlaging „van de prijzen volgen. Verlevendiging van handel en „industrie zal een groote vraag naar indirecte waarde „doen ontstaan. Zij zullen een indirecte waarde eischen, „die steunt op alle factoren, welke de normale constante „goudwaarde bepalen. Dit is geen zaak van Europa, „noch van Europa en Amerika gezamenlijk, doch van de jn4p? \ „geheele wereld, die zich op straffe van allerellendigste \ „co^n^cieè1e"verhoudingen niet kan onthouden van

„weder overal betaalmiddelen in overeenstemming met „de behoefte te voorschijn te roepen of te doen verdwij„nen. Het goud zal weder in staat worden gesteld als „basis van^deonderscheiden stelsels van betaalmiddelen „zijn rol te vervullen met de historische geüjkmatigheid „van capaciteit.

„Het zal niet zijn: overal zijn de loonen hoog, dus de „kostprijzen groot, dus de prijzen hoog, maar: ergens „zijn de prijzen lager. Om te kunnen concurreeren, „moeten de prijzen elders minstens zoo laag zijn. Zelfs „al ware het geval zoo, dat overal ter wereld de prijzen „in gelijke mate waren gestegen, dan zouden ze nog niet „te handhaven zijn. De concurrentie bepaalt zich niet

1) Zie Sociologische Aanteekeningen, blz. 219 e. v.