is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerk, cultuur, arbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

INHOUD

Het cultuurproces „intendiert" het absolute.—Verwerkelijking van het absolute door zedelijken arbeid. — De taak der kerk ten opzichte van het absolute. — Definitie der kerk. — Productieve arbeid cultuureisch. — „Geestelijke" arbeid niet productief.— Zakelijk handelen en emotioneel handelen. — Het geestelijke als kenmerk van onbeslistheid. — Praktisch en utilistisch. — Productiviteit en transcendentie. — De kerk en productieve arbeid. — Gebrek aan activiteit in het kerkgenootschap. — Het stadium van verinnerlijking als kenmerk van een overgangstijdperk. De reconstructieve functie van het denken. — Verinnerlijking als bezinning.

2. De Kerkelijke Ambtsdrager. — Realistische functie van den ambtsdrager in de Katholieke kerk. — Priester, profeet en koning. —Vergeestelijking van het sacrament in het Protestantisme — Sacrament en symbool. — Het symbool in zijn noodwendige functie. — De bediening des sacraments geen productieve arbeid.— „Het „Woord".

— De opleiding van den kerkdijken ambtsdrager. — De privileges van het ambt. — Het woord als instrument.

— Het woord als onderdeel van actie. — Woord en daad. — De bezoldiging van het ambt — De kerkelijke ambtsdrager als organisator. — De prediking. — Luisterkerk en arbeidskerk. — Liturgie. — De oplossing van den richtingsstrijd door actie. — Het godsdienstonderwijs.— Godsdienstige opvoeding door arbeid. — De kerkelijke ambtsdrager als theoloog en als organisator.

Hoofdstuk VIII. TERUGBLIK 150

Pragmatisme en kritisch idealisme. — Arbeid. — De cultuur als proces en als statisch gegeven. — De reine vormen van het zedelijke. — Het gebied des zijns en dat der normen. — De richting en het onbegrensde.— De richting en het begrip „continuïteit" — De autonomie der cultuur. — Het absolute als het onkenbare. — Het oneindigheidskarakter der zedelijke handeling. — Het primaat der praktische rede. — Het radikale Böse. — Psychologische religie en de zin der religie. — Het dieper logische willen. — Praktische en mystische vroomheid.

— De cultuur als idee. — De richting en het gericht der cultuur. — Zedelijke en godsdienstige arbeid. — Het oneindigheidskarakter van den zedeUjkencultuurarbeid.—