is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerk, cultuur, arbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE CULTUUR EN HET INDIVIDU

39

en al wat zich daarbinnen bevindt, is subjectief vanuit een bepaald gezichtspunt, maar even objectief vanuit een ander. In het kader dezer gedachten weet men dan ook niets aan te vangen met een wereldverklaring, die wei-omlijnde, eens-en-vooral gegeven subjecten als een onmisbaar bestanddeel in haar berekening opneemt. Tegenover een dergelijk wereldbeeld kan men alleen eenzelfde belijdenis stellen, als Kant aan het slot van zijn verhandeling over de „negatieve grootheden" doet, waar hij de gebrekkigheid van zijn inzicht toegeeft, volgens hetwelk hij erkent gewoonlijk juist datgene het minst te begrijpen, wat alle menschen gemakkelijk meenen te verstaan.

Het oorspronkelijk gegevene is de ervaring in haar onontwikkeldheid. Deze wordt aanvankelijk als het vanzelfsprekende, hoewel onbegrepene, aangenomen. Eerst waar men de natuur als vraag gaat zien, zijn de voorwaarden voor de reflexie op het ik-bewustzijn geschapen.

Zoo wordt de cultuur langzamerhand rijp voor een volgende phase, nl. die, waarin men het zelfbewustzijn als het gegevene, als het meest oorspronkelijke, gaat beschouwen. In deze phase van onrijpe bezinning verkeert grootendeels de cultuur van onzen tijd. Terwijl de logische rangschikking van het probleem deze is, dat van het natuurbewustzijn de overgang tot het ik-bewustzijn gemaakt wordt, legt een onontwikkeld wijsgeerig inzicht den omgekeerden weg af en begint niet bij het gegevene, maar bij het afgeleide. Het vraagt niet welke plaats in de gegeven ervaring door een „ik" ingenomen wordt, maar het vangt aan bij een afgeleid zelfbewustzijn en tobt er zich mee af, hoe men vanuit dit vermeende rustpunt de ervaring kan benaderen. Het leerzaamste voorbeeld van dezen aard vindt men in de „Meditationes" van Descartes, waarin van het „cogito, sum" voortgeschreden wordt tot de kennis van