is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerk, cultuur, arbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

DE CULTUUR EN HET INDIVIDU

toe niet in staat. Wezen wij er niet op dat het zelfbewustzijn alleen aan het wereldbewustzijn openbaar wordt ? Zoo wordt de wereld ons, evenals zij het voor Fichte was, datgene, waaraan wij ons de noodwendige doeleinden van ons handelen bewust worden. Naar zijn zuivere functie behoort al ons doen zich op het oneindige te richten. Toch worden wij ons dit oneindigheidskarakter niet anders dan aan eindige objecten bewust. Hoe het grenzenlooze willen en het begrensde object zich verzoenen, dat kan ons wederom slechts het handelen zelf leeren. In onzen arbeid bepalen wij ons bij een zekeren inhoud alleen, om hem weer op te heffen en door een nieuwen inhoud te vervangen. Terwijl wij dit proces vervolgen, leeren wij beseffen dat de taak, die ons gesteld wordt, eindeloos is. Het eindige zijn doet ons een licht opgaan over de oneindigheid van ons streven. Alle rustpunten in dit streven zijn slechts momenten in het proces en verwijzen ons naar de toekomst. Juist in dit rusteloos uitgaan boven elke eindige bepaaldheid, wordt de mensch zich zijn persoonlijkheiden vrijheid bewust. Want niet de voorloopige bepaaldheid door het eindige moment beslist of wij vrij zijn, maar de gebondenheid aan het grenzenlooze perspectief. Die laatste gebondenheid is het, welke Kant met het woord „autonomie" heeft aangeduid. In dit begrip wordt de tegenstelling opgeheven, die tusschen beide momenten bestond. Een nieuwe wetmatigheid gaat heerschappij voeren. De wet der vrijheid wordt de wet van het persoonlijke leven.

In de autonomie ligt opgesloten dat de persoon zichzelf een wet wordt. Daardoor beseffen wij echter tevens, dat het persoonlijke geen feit maar norm is. Hier staat ons niet voor oogen een werkelijkheid, die „is", maar een, die voortdurend worden moet.

Wij vonden reeds vroeger gelegenheid, erop te wijzen,