is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerk, cultuur, arbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

DE CULTUUR EN HET INDIVIDU

zedelijke streven. Niettemin is de zedelijke wil een gemeenschapswil en op het samenleven van mensch met mensch gericht.

De analogie met de theoretische wetenschap ligt weer voor de hand. De beoefenaar der theoretische wetenschap zal zich bij een bepaalde school aansluiten, of anders er naar streven zelf een school te stichten, niet omdat hij aan een bepaalde groep vakgenooten het monopolie der waarheid toekent, maar omdat hij inziet, dat ook theoretische waarheid nooit een individueel bezit kan zijn, anders ware zij een droom. Aan elke waarheid wordt de eisch gesteld, dat zij een waarheid voor allen zal zijn, omdat zij immers wetmatigheid is. Zoo zijn ook de grootste scheppingen der kunst geen alleenspraak van den kunstenaar, omdat de kunst het universeel menschelijke vertolken wil, al worden de diepzinnigste kunstuitingen ook slechts door enkele begenadigden aanvaard.

Niet anders is het met den mensch in zijn persoonlijken zedelijken arbeid. Ook deze is geen particuliere liefhebberij, maar zoekt de samenwerking met anderen. Hoe persoonlijker, des te universalistischer en aan des te strengere wetmatigheid onderworpen. De wetmatigheid, waaraan het persoonlijke onderworpen is, kan slechts verwezenlijkt worden in de gemeenschap, zoodat het persoonlijke leven een leven van gemeenschappelijken arbeid is. Dit oneindige streven kan zich slechts uiten als onbegrensde activiteit. De daad, die aan den aanvang staat, is ook de voortzetting en het einde van het waarachtig menschelijke. In rusteloozen arbeid ligt de verzoening met onszelf, zooals de Faust- en Prometheus-tragedie ons leert. Echter niet in den arbeid, die terwille van het product verricht wordt, maar in dat werk, hetwelk men enkel ter hand neemt om voor het eeuwige willen een uitweg te zoeken. Iedere cultuurarbeid, welke