is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerk, cultuur, arbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

HET REALISME IN DE CHRISTELIJKE KERK

evenals elk bestanddeel der ervaring, een psychische zijde bezitten, nemen zij haar aanvang in de stof en werken zich in de stof uit, in zoover zij nl. werkelijke daden zijn. „Was mit den materialen Bedingungen der Erfahrung zusammenhangt, ist wirklich", heeft Kant gezegd. Een kerk, die werkelijk iets tot stand wil brengen en zich haar plaats onder de zon waardig wil toonen, moet voortdurend dit verband met de „materiale Bedingungen der Erfahrung" kunnen aangeven. Is zij hiertoe niet in staat, dan zal zij deze leemte niet kunnen vergoelijken met een verwijzing naar haar onzichtbaarheid. Daden en krachten maken zich altijd kenbaar. Onzichtbaarheid wil zeggen: passiviteit, onvruchtbaarheid.

Het proces van vergeestelijking en verinnerlijking? dat in het Protestantisme voltrokken werd, is eenerzijds te verklaren uit een lofwaardige poging om het magische element in het Roomsch-Katholicisme te overwinnen. Anderzijds echter is dit vergeestelijkingsproces de aanleiding geweest, dat gevaarlijke dualismen en onpsychologische praktijken in de Protestantsche kerken postvatten. Als het sterkst op den voorgrond tredende dualisme wijzen wij op de onderscheiding tusschen buitenwereld en de wereld van het „innerlijke leven", of hoe men dit onderscheid nader wil dehnieeren. Uitwendige en inwendige wereld worden hier als twee ongelijksoortige werkelijkheden naast of tegenover elkander gesteld. Waarschijnlijk zullen latere geslachten dit dualisme niet hooger aanslaan dan wij thans de animistische voorstellingen van een zielestof bij primitieve volkeren.

Wij vonden in het hoofdstuk over de cultuur en het individu, dat de gedachte van het „ik" niet oorspronkelijker is dan het begrip van het object, daar beide zich slechts in relatie tot elkander ontwikkelen kunnen. Een