is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerk, cultuur, arbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

DE HEDENDAAGSCHE CULTUURTAAK DER KERK

hier sprake is, zoowel onruimtelijk als tijdloos gedacht moet worden, zoodat zij niet aan een bepaalde plaats of tijd gebonden is. Een kerk ontleent haar bestaansrecht in de eerste plaats daaraan, dat zij arbeidsgemeenschap is, van een zeer bijzondere soort. Deze arbeid, waartoe zij zich telkens aangordt, is een oneindige, omdat het een zedelijke arbeid is, die daarom ook niet in het vervullen van bepaalde levensbehoeften, in het najagen van bepaalde cultuurgoederen opgaat, maar zich steeds weer voor nieuwe opgaven gesteld ziet en telkens nieuwe perspectieven van handelen aan den horizon ziet oprijzen.

Hoe zal een kerk praktisch haar roeping nakomen ? „To be or not to be" hangt er van af. Welken inhoud heeft de taak, die de cultuur aan de menschheid oplegt?

Allereerst wijzen wij erop, dat de cultuur van een ieder productieven arbeid eischt. Geen enkel mensch en geen enkele gemeenschap kan zich aan dezen eisch onttrekken. Productieve arbeid is de natuurlijke grondslag, waarop de cultuur van dezen tijd is opgebouwd. Van productieven arbeid hangt haar behoud en haar ontwikkeling af.

Productieve arbeid openbaart zich als scheppende, doelmatige werkzaamheid. Deze heeft haar «geestelijke" zijde in zoover zij doelmatig is, aangezien het denken juist als het doelmatigheidskarakter eener handeling kan beschouwd worden. Nimmer mag zij echter als Uitsluitend „geestelijk" gedacht worden, want dan zou het geen arbeid meer zijn. Geestelijke arbeid, die niet het vermogen bezit zich in de stof uit te werken en zichtbare veranderingen in de ééne ervaringswereld aan te brengen, is onwezenlijk, daar hij niet met de „materiale Bedingungen der Erfahrung zusammenhangt." Daarom zal een kerk zich nooit mogen vergenoegen met de gedachte, dat zij „geestelijken arbeid" verricht. Met dezen waan verbloemt zij thans nog al te