is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerk, cultuur, arbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HEDENDAAGSCHE CULTUURTAAKDER KERK

133

lijke routine heeft achtergelaten. Men moet wel tot de gevolgtrekking komen dat de horizon der kerkelijke besturen voorloopig nog te eng is en de traditie te sterk, dan dat deze krachtige stem kans had om aangehoord te worden.

Toch is de oplossing, die door den schrijver aan de hand gedaan werd, o.i. niet de juiste. Ook zijn levensinzicht ligt nog te veel onder den ban van het dualisme, dan dat de eenvoudige uitweg uit het dilemma hem helder voor den geest zou kunnen staan. Ook hij beschouwt het predikantschap nog te veel als een „geestelijk" ambt, dat in wezen verschillend is van den profaan-maatschappelijken werkkring. De oplossing, die hij zich denkt, bestaat daarin dat de kerkelijke ambtsdrager, naast zijn geestelijk ambt, zich een anderen bezoldigden maatschappelijken werkkring schept, die hem financieel onafhankelijk maakt.

Indien deze oplossing de juiste is, zou men onvermijdelijk tot de stilzwijgende erkenning moeten komen, dat het een kerkelijk voorganger niet mogelijk is in het ambt, waartoe hij geroepen is, produktieven maatschappelijken arbeid te verrichten. De werkzaamheid, die hij als voorganger verricht, zou dan voor geen maatschappelijke bezoldiging vatbaar zijn. Alleen profetische naturen met bijzondere bekwaamheden zouden dezen tweevoudigen arbeid op zich kunnen nemen: den profanen en den „geestelijken". Praktisch zou dit erop neerkomen, dat het kerkelijke voorgangerschap verdween, zooals dit in de gemeenschap der Kwakers het geval is. Principieel is daar natuurlijk niets tegen en waar een organisatie zeer krachtig is, zooals dat bij de Kwakers in Engeland en Amerika werkelijk het geval is, zal het verdwijnen van een bezoldigd voorgangerschap wellicht meer goed dan kwaad uitrichten. In een genootschap als de Ned. Herv. Kerk, dié voor een groot deel op haar ambtsdragers drijft, zou het verdwijnen van