Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keer ik tot het wetsontwerp-Veraart terug. Art. i zegt, wat een bedrijf is: „Onder Bedrijf verstaat deze wet iet publiekrechtelijk lichaam, gevormd door de ondernemingen en de arbeiders in een bepaalden tak van handel, transport, nijverheid of landbouw." De ondernemingen en de arbeiders, dus alle. Daaruit blijkt, dat de indirecte dwang, door het verplichte lidmaatschap thans op de ongeorganiseerde ondernemers en arbeiders gelegd, dan, wanneer het ontwerp wet mocht worden en het bedrijf met een kleine b zou worden geheven in de pubhekrechtehjke sfeer, die het zou maken tot Bedrijf met hoofdletter B, ik herhaal: dat die indirecte dwang dan niet meer noodig zou zijn, omdat de wet alle betrokkenen zou dwingen. Een 2e alinea legt nu verder een exorbitante macht in handen van de Kroon. Want deze beslist telkens, op voordracht van „Onzen Minister" of een bepaald bedrijf bevorderd zal worden tot Bedrijf in den zin dezer wet. Bij hetzelfde Koninkhjk Besluit krijgt het Bedrijf dan tevens een naam. De eenige voorwaarde, waaraan het organiseeren van een bedrijf tot een Bedrijf (wat er al niet in een hoofdletter zit!) zou worden gebonden is deze, dat althans van arbeiderszijde een of meer vakverenigingen zijn gevormd, die zich tot het afsluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten bereid hebben getoond, en die de meerderheid van de in de gezamenhjke ondernemingen werkzame arbeiders omvatten," vgl. laatste lid van art. i. Deze rem is van zeer twijfelachtig karakter en de bepaling vrijwel zonder regelende kracht. Vooreerst is er de groote eenzijdigheid, dat er alleen aan arbeiderszijde vakvereenigingen behoeven te zijn. Ik weet wel, dat ons Burgerlijk Wetboek dit ook zegt voor het afsluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten, zie art. 1637W 2e lid, B. W., maar er kan tegenover de veel verder gaande strekking van pubhekrechtelijke bednjfsorganisatie hier geen sprake zijn van analogie of het doortrekken van dezelfde lijn. Immers art. 1637» B-W. is privaatrecht, d.w.z. de ondernemers, al of niet in vakvereeniging georganiseerd, zijn vrij om de collectieve arbeidsovereenkomst te sluiten of niet te sluiten. Is er geen vakvereeniging van ondernemers, of sluit de bestaande geen collectieve arbeidsovereenkomst af, dan kan een individueele ondernemer

8

Sluiten