Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Nijverheid en Handel, de Vereeniging van Nederlandsche Werkgevers, de Vereeniging tot behartiging van de belangen der Limburgsche Mijnindustrie en de Scheepvaartvereenigingen Noord en Zuid. Naar de meening van deze werkgevers is de bindendverklaring principieel niet gemotiveerd. Zij kunnen geen rechtsgrond vinden „krachtens welken de overheid gerechtigd zou zijn degenen, die geweigerd hebben — en misschien op zeer goede gronden — de door de meerderheid ontworpen regelingen te aanvaarden, te dwingen in te gaan. Nog minder dan in de politiek, waar men door middel van de evenredige vertegenwoordiging getracht heeft de rechten van de minderheid te waarborgen, gaat het aan in het bedrijfsleven dezen dwang op te leggen." Hiertegen zou ik al dadelijk het volgende wülen aanvoeren. Reeds in 1905 heeft Prof. Mr. Meijers in zijn bekend Themisartikel o.a. opgemerkt: „Zoo het bijv. niet-aangesloten patroons vrij staat lagere loonen dan de aangesloten patroons te betalen, wordt het voortbestaan van de C. A. O. steeds ernstig door de concurrentie, die deze patroons den door de C. A. O. gebondenen kunnen aandoen, bedreigd. Het is daarmede volkomen gelijk als met de vervroegde winkelsluiting." Dit lijkt mij juist. Wanneer de collectieve arbeidsovereenkomst een instelling is, waarvan de invoering, blijkens^laar erkenning in ons Burgerlijk Wetboek, geachf%rordt te kunnen medewerken tot behartiging van het algemeen belang, dan zal hetgeen de werking van deze instelling belemmert, hetzelfde algemeen belang kunnen schaden. Wel niet noodzakefijk, maar zeker is hier een mogelijkheid, die onder de oogen dient gezien. En reeds deze mogelijkheid geeft een rechtsgrond aan de bestrijding daarvan, mits de maatregelen, die men nemen wil, zelf waarborgen bevatten tegen misbruik, waardoor immers het middel erger zou worden dan de kwaal. Bovendien reikt het argument,

8

Sluiten