Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 2

4

Art. 3 W. v. K.

dat de stelling, waarop het middel steunt, dat op het oogenbhk der toelating van het bewijs volgens 's Hofs eigen opvatting niet vaststond, dat men te doen had met een zaak van koophandel, de gegrondheid van het middel niet aantoont, daar voor de toelaatbaarheid van het bewijs enkel beslissend kan zijn of dit zooals het is opgelegd een zaak van koophandel betreft, en daarbij zonder invloed is de vraag of het bewijs al dan niet geleverd zal worden;

dat dus het middel is ongegrond;

Verwerpt het beroep;

Veroordeelt den eischer in de kosten pp de cassatie gevallen. W. 10397.

2. HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 23 Februari 1923.

Art. 3 W. v. K.

Iemand, die materialen koopt om ze bij een bouwwerk te gebruiken, dat hij met bijlevering der materialen van een ander heeft aangenomen, verricht een daad van koophandel.

W. Palmen, aannemer van bouwwerken, wonende te Brunsum, eischer tot cassatie van een tusschen partijen door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch op 4 Juli 1922 gewezen arrest, advocaat Mr. J. van Kuyk, tegen

de N. V. Stokvis' Oliehandel, gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem, verweerster, advocaat Mr. J. W. de Kanter, gepleit door Jhr. Mr. H. Laman Trip, te Arnhem.

De proc.-gen. Noyon heeft in deze zaak de volgende conclusie ger nomen:

Edele Hoog Achtbare Heeren! In deze zaak is als middel van cassatie voorgedragen: Schending of verkeerde toepassing van de artt. 1, 2, 3, 4 en 5 W. v. K., de artt. 1902, 1903, 1932, 1933 en 1935 B. W., en de artt. 48, 199 en 353 B. R., door getuigenbewijs toelaatbaar te. achten op den onjuisten grond dat een aannemer, die materialen koopt om ze te gebruiken bij door hem aangenomen werk, eene daad van koophandel verricht.

Onbetwist is dat het aangenomen werk was het bouwen van huizen ten dienste waarvan de geleverde materialen waarvoor betaling wordt gevraagd gestrekt hebben.

Sluiten