Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

KERK EN GEMEENSCHAP

men toch aan dien oorspronkelijken, intiemen band der belijders onderling en met den Heiland vast.

En dien innigen band wenscht nu de „Gemeenschap" aan te kweeken en te onderhouden tusschen allen, die den Heere Jezus in onverderfelijkheid liefhebben, en die zich niet kanten tegen de gevestigde, geïnstitueerde Kerk.

Ik wenschte wel om wat liefs dat ik deze laatste, min of meer beperkende woorden kon weglaten, want — nog eens — ik gevoel al het smartelijke der daling mijner gedachten nu ik, na van de Kerk van Christus gesproken te hebben — die heerlijke ééne heilige algemeene Kerk mijner liefde — moet gaan denken aan de jammerlijke verscheurdheid van ons actueele kerkelijke leven — maar het is onvermijdelijk.

Zelf gevoel ik mij boven alles alliantie-man en eerst daarna dienaar „mijner" Kerk, en hoe minder er van kerk-muren sprake is, en hoe minder de kerkelijke grenzen gevoeld en geaccentueerd worden, te beter heb ik het voor mijn hart. Maar wij kunnen deze nadere toelichting toch voorloopig niet missen, en wij bidden en hopen dat God ons gebruiken wil om in ons arme verscheurde Nederland de idéé der eene, heilige Kerk ook in de gevestigde^ Kerken der Hervorming wat meerdere levenskracht en eerbiedenis te doen verkrijgen. Wij wenschen, met hartelijke en oprechte liefde voor het historisch gewordene, toch met allen nadruk, ook voor het kerkelijk leven, de eenheid aller geloovigen in Christus naar voren te brengen en elk sectarisme (óók een eventueel Gemeenschapssectarismel) met hartgrondigen afkeer te bestrijden.

Ons Nederlandsche Protestantisme wordt vergiftigd door partijstrijd en partijzucht.

De profeten van allerlei secten, die, openlijk of bedekt, voor hun bijzondere leuzen, belangen en stokpaardjes ijveren, zijn legio en daarom achten wij het noodig dat de „Gemeenschap," wil zij niet in dien vaak zoo kleinen en bedenkelijken strijd worden meegesleept, van meet-af verklaart de Kerken der Hervorming als het van God aangewezen terrein harer werkzaamheid te beschouwen, maar met nadrukkelijke en principieele afsnijding van elke proselietenmakerij, zoodat allen, die tot haar toetreden, in hare verklaring plechtig en nadrukkelijk moeten beloven: „aangezien de onderlinge naijver der kerken en kringen de waarachtige broederlijke liefde en de gemeenschap met Gods kinderen stoort, verklaar ik dat ik geen pogingen zal doen of begunstigen om geloovigen van een andere kerk of kring over te halen om tot de mijne over te komen "Eik lid van welke Kerk of welken Kring hij ook zij, die den grondslag van den „Nederlandschen

Sluiten