Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

de menschen niet meer in den weg staan. Wij hebben zoo vaak het lied gezongen:

Neem Gij mijn beide handen En leid mij voort. t

Zouden wij dit nu niet eens werkelijk willen doen en onzen God beide handen geven? Zijn wij bereid thans een volkomen offer op Zijn altaar te leggen? Volgens Deuteronomium 33 : 9 en 10 moet een arbeider in Gods koninkrijk de volgende eigenschappen bezitten, wil hij trouw worden bevonden:

„Zelfverloochening, gehoorzaamheid, gebed en overgave."

Als ik hier van arbeiders spreek, bedoel ik niet alleen zulke, die in een of andere tak van 's Heeren wijngaard werkzaam zijn, doch allen, die met ernst Jezus' volgelingen willen zijn. Iedere volgeling van Jezus heeft als discipel een taak. Volgens den bijbel zijn de medeërfgenamen van Jezus Christus ook medearbeiders van den Heer. Wij kunnen echter eerst dan medearbeiders des Heeren zijn als de Heer ieder uur en elk oogenblik de arbeidende in onze ziel is. Dit kan Hij slechts bij diegenen doen, die Hem alles hebben uitgeleverd, die met hunne eigen kracht teniet zijn gegaan, (te schande zijn geworden). In 't hart van dezulken maakt God gebaande wegen, (Ps. 84 : 6). In 't hart van dezen kan God volgens 1 Cor. 6:17 wonen en wandelen. Dan valt 't niet moeilijk meer een arbeider in Gods Koninkrijk te zijn! God zelf werkt dan in en door ons.

Voor een arbeider in Gods koninkrijk is het van het grootste belang, dat hij zich zijne saamhoorigheid met den drieëenigen God ten volle is bewust. De vruchtbaarheid der ranken houdt verband met de verbinding aan en reiniging van den wijnstok. Wanneer wij lezen: „Ik wil in hen wonen en onder hen wandelen", dan wil dit zeggen: God wil door ons andere menschen ontmoeten (zie b.v. Philippus met den kamerling (Hand. 8: 26—29) en Petrus en Cornelius (Hand. 10) God wil door ons andere menschen zegenen en zich aan hen openbaren (zie b.v. de handoplegging Hand. 14 : 3, 19 : 3, b en 11, Jac. 5 j 14 — 16). God wil zich soms door ons bestraffend en vergevend aan andere menschen openbaren (zie b.v. Nathan en David 2 Sam. 12 : 1—14).

De discipelen in innige gemeenschap met Zich te brengen, dat was het doel van 's Heilands arbeid. Dit was ook de eerste voorwaarde voor de zending des Heiligen Geestes. Daarom was het gebed van den Heer tot Zijnen Vader:

„Dat zij ook een mogen zijn in ons."

Wij vormen met den Vader en Zijnen Zoon Jezus Christus een geheel. Wij hebben een gemeenschappelijk doel, namelijk de redding en verlossing der menschen, en ook de vernietiging van Satans macht

Sluiten