is toegevoegd aan je favorieten.

Kerk en oorlog

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

Kerk, die den Godsvrede aan vechtende volken wist op te leggen. Zij was het, die temidden van de zedelijke en godsdienstige verwarring en ontaarding waarin de Middeleeuwen eindigden, uit eigen boezem de reformeerende krachten voortbracht, die schiepen een nieuwen en hoogeren tijd. De Kerk had haar groote aandeel in den opstand der Puriteinen, in de zuiverende beweging van Cromwell's „great rebellion", en twee eeuwen later in de afschaffing der slavernij.

Hoe nader wij echter komen aan den jongsten tijd, des te spaarzamer wordt haar optreden, des te zwakker klinkt haar gewetensstem door de samenleving. Haar actie beperkt zich tot het kerkelijke leven; de wereld schijnt zij met rust te laten. En, terwijl wij nog met vreugde constateeren dat het kerkmenschen waren, die in Nederland den strijd tegen de prostitutie en hare reglementeering aanbonden (Heldring, Pierson) weten wij ons toch uit de laatste halve eeuw geen andere massale kerkelijke actie van socialen aard te herinneren dan den verrassenden en beslissenden strijd der Amerikaansche Kerken tegen het alcoholisme; de „drooglegging" der Vereenigde Staten is, gelijk erkend wordt, voornamelijk haar werk.

Is dit een laatste sociale krachtsinspanning der Kerk geweest, een laatste kreet van „het geweten der samenleving"? Of is het, na lang zwijgen, het eerste geluid van een nieuwen tijd, waarin de 'Kerk zich sterker van haar maatschappelijke roeping bewust zal worden? Wij vreezen! Maar tegelijk hopen wij vurig. Want twee dingen staan na den oorlog toch wel voor alle denkende Christenen vast:

1°. dat oorlog de christelijke opvoeding der jeugd, zoowel als de sociale verheffing van het volk zoo niet geheel verloren laat gaan dan toch belachelijk maakt, en dat een langdurige of herhaalde oorlog de ondergang kan zijn van Christendom, beschaving en welvaart; 2o. dat een Christelijke Kerk, die niet met alle kracht optreedt tegen oorlog, oorlogsgeest en oorlogsoorzaken, bij het uitbarsten van een volgenden oorlog zoo niet haar bestaan, dan toch in de oogen van millioenen haar reden van bestaan verliest.