is toegevoegd aan je favorieten.

Stenografisch verslag van het verhandelde in de door den minister van onderwijs, kunsten en wetenschappen, krachtens art. 64 der nijverheidsonderwijswet, uitgeschreven vergadering met de besturen en directeuren van ambachtsscholen en vertegenwoordigers van de centrale organisatie van werkgevers en werknemers, ter bespreking van het onderwijs aan die scholen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

metselen, lood-, zink en koperbewerking, voor steenhouwen, meubelmaken, schilderen en stucadooren.

Tenzij men van de veronderstelling zou uitgaan — wat ik niet meen te mogen doen — dat de gemiddelde Amsterdamsche ambachtsleerling vlugger en bekwamer is dan de leerlingen in overig Nederland, komt men onmiddellijk voor de vraag te staan of datgene, wat in Amsterdam mogelijk is gebleken en wat daar nu gedurende enkele tientallen van jaren in practijk is gebracht, ook voor de overige scholen niet kan worden ingevoerd.

Ik sprak zooeven van een tweejarigen cursus. Juister zou ik moeten spreken, wanneer ik het oog heb op Amsterdam, van een cursus, in vier semesters verdeeld. Het valt niet te ontkennen, dat dit stelsel èn voor het onderwijs èn voor den leerling groote voordeelen oplevert. De ijver der leerlingen wordt er door geprikkeld. Niet eenmaal, gelijk thans, doch tweemaal per jaar hebben directeuren en leeraren te beslissen of de vorderingen van den leerling voldoende zijn geweest om hem te bevorderen en blijkt dit niet het geval te zijn, dan verliest de leerling niet een vol jaar, doch slechts zes maanden.

Een 2-jarige opleiding brengt ook dit groote voordeel mede, hetwelk door de ouders, die toch in het algemeen niet tot de economischs ter ken behooren, op zeer hoogen prijs zal worden gesteld, dat de jongen een jaar vroeger dan thans in de werkplaats komt en kan gaan bijdragen in de kosten van het gezin.

Ten slotte zal door dezen maatregel het algemeen belang worden gediend, omdat, terwijl nu in zes jaar twee groepen leerlingen worden afgeleverd, in de toekomst in hetzelfde tijdvak en met ongeveer gelijke kosten van opleiding driemaal het einddiploma kan worden uitgereikt.

Mijne Heeren! Ik heb, zeer in het kort — in dit opzicht, hetzij in bescheidenheid gezegd, moge ik dengenen, die na mij zullen spreken, tot voorbeeld strekken — uiteengezet, waarom ik aanvankelijk nog van meening ben:

1°. dat inperking van het leerplan der ambachtsscholen noodig is;

2°. dat hieruit voortvloeit een verandering van den driejarigen cursus in een tweejarigen, of juister, in vier half jaar lijkschen.

Het zal mij aangenaam zijn, de meening der vergadering thans over deze punten te mogen vernemen.

Wat de orde der vergadering betreft, meen ik het volgende te moeten mededeelen. In de eerste plaats verzoek ik den sprekers zich stipt te houden aan de orde der op de agenda vermelde punten. In de tweede plaats merk ik op, dat deze vergadering dient te mijner voorlichting, waaruit logisch voortvloeit, dat noch conclusies, noch moties in bespreking, nog minder in stemming kunnen worden gebracht. In de

5