is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag van de Commissie voor de reorganisatie van den Rijkswaterstaatsdienst, ingesteld bij beschikking van den Minister van Waterstaat van 11 Februari 1924 ...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

INLEIDING.

De vraag, of de bestaande organisatie van dén JRijkswaterstaatsdienst in zijn tegenwoordigen opzet kan bestendigd blijven en zoo neen, welke wijzigingen dan moeten worden aangebracht, is, zij het niet in dien positieven en algemeenen vorm, reeds eenigen tijd aan de orde.

Uit de geschiedenis der laatste jaren en voor zoover dit meer rechtstreeks aanleiding was tot het instellen der Commissie, moge hier het volgende worden vermeld.

In de ontwerp-begrooting van het Departement van Waterstaat voor het dienstjaar 1921 was door den Minister onder art. 14 een post van ƒ 12 000 uitgetrokken voor een- directeur generaal. Ter toelichting van die post werd medegedeeld, dat de practijk sedert 1914, toen de betrekking van hoofdinspecteur generaal werd afgeschaft met de bedoeling de taak van dien hoofdambtenaar aan de beide inspecteurs generaal, ieder voor zooveel hen aanging, op te dragen, die dan daartegenover zouden kunnen worden ontlast van bemoeiingen, welke tot den werkkring van de hoofdingenieurs-directeuren zouden kunnen worden gerekend, niet heeft voldaan. Voor tal van zaken toch moest prijs worden gesteld op het advies van de beide inspecteurs generaal gezamenlijk. Een tijdroovend overleg was daartoe noodig en leidde niét steeds tot overeenstemming. Voorts waren ook langzamerhand de werkzaamheden der inspecteurs generaal zeer toegenomen, zoodat het werk voor twee personen te veel werd. Ook had de practijk geleerd, dat vele werkzaamheden — gewezen werd op personeelsaangelegenheden en de samenstelling van de jaarlijksche begrooting — beter door één persoon kunnen worden verricht. Daarneven was herhaaldelijk door den Minister de behoefte gevoeld aan voorlichting omtrent waterstaatsaangelegenheden van bijzonderen aard, die niet direct tot den werkkring der inspecteurs generaal behoorden en ook, gelet op hun reeds omvangrijke taak, moeilijk

5