is toegevoegd aan je favorieten.

Genève 1923 en Cecil's weg naar internationalen vrede en ontwapening (nadere oproep omtrent het verdrag tot wederkeerigen bijstand met vervolg van het geschiedkundig overzicht)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

Lettende op den loop der besprekingen te Genève, achten zij, als grondslag voor eene bereikbare internationale regeling, de volgende gedachten wellicht bruikbaar:

a) Afzonderlijke verdragen van onderlingen bijstand tusschen bepaalde Staten of Statengroepen, staande los van het algemeene waarborgverdrag, in hunne totstandkoming en toepassing geheel overgelaten aan het oordeel der betrokken landen, en vergrooting van strijdmacht eer bevorderend dan belemmerend, zijn onvereenigbaar met de grondgedachte van een algemeen waarborgverdrag en voor de internationale verhoudingen zelfs gevaarlijk.

b) Om daarentegen met die grondgedachte vereenigbaar en voor den internationalen vrede ongevaarlijk te zijn, moeten afzonderlijke verdragen van onderlingen bijstand, indien en zoolang zij door sommige volken voor hunne veiligheid onontbeerlijk worden geacht, althans aan deze drie eischen voldoen: lo. dat zij het karakter krijgen eener uitwerking van een vooraf of gelijktijdig aanvaard algemeen waarborgverdrag met de daaruit voortvloeiende beperking van bewapening; 2o. dat hunne totstandkoming en hunne toepassing staan onder onpartijdige internationale controle; 3o. dat zij rechtstreeks noch zijdelings leiden tot vermeerdering van bewapening.

c) De beslissing over de vraag, wie een aanvalsoorlog heeft ondernomen, en de leiding van eenig economisch of militair optreden tegen den schuldigen Staat wordt afhankelijk gesteld van een, bestaand of nog te scheppen, gezaghebbend internationaal orgaan, hetwelk vrij is van politieke invloeden.

d) Opdat de deelhebbende Staten weten, waartoe zij zich verbinden, omschrijft een algemeen verdrag de verplichtingen en rechten van Staten, welke, een gegeven oorlog als aanvalsoorlog erkennende, en derhalve tot ondersteuning van de wederpartij gehouden, nochtans aan een militair optreden in het gegeven geval wettiglijk niet deelnemen, en bevestigt zulk een verdrag het neutraliteitsrecht voor gevallen, waarin een gegeven oorlog niet ais aanvalsoorlog gestempeld wordt.

Vertrouwende dat de hier weergegeven gedachten zullen kunnen medewerken om naar internationalen vrede en internationale bewapeningsbeperking door wederkeerigen bijstand der Staten een weg te banen, achten ondergeteekenden het een plicht van het Nederlandsche volk, zich er voor te beijveren, dat in September