Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

PHILOSOPHIE EN CULTUUR

is die, waarbij de philosophie de uitkomsten der verschillende wetenschappen tot een wereldbeschouwing gaat samenvatten. Dan is zij dus metaphysica in den zin van wereldbeschouwing geworden. Als zoodanig verwijst zij nog wel naar de uitkomsten der wetenschappen, maar heeft zij toch tevens een sterk persoonlijk karakter verkregen, waardoor het woord van Fichte op haar van toepassing wordt: „Was für eine Philosophie man wahle, hangt davon ab was für ein Mensch man ist".

Aangezien een dergelijke wereldbeschouwing niet eenvoudig de gegevens der wetenschap aaneenrijgt, doch deze samenvat en er een zin aan toekent, blijft de philosophie in deze beteekenis groote verwantschap vertoonen met de theologie, want het is juist het eigenaardig kenmerk van deze laatste, dat zij aan het wereldgebeuren een zin, een einddoel toekent. De theologie in haar voleindigde gestalte is, zooals wij later hopen aan te toonen, een wereldbeschouwing van een bepaalde kleur.

Kant heeft deze mogelijkheid eener samenvattende wereldbeschouwing weliswaar niet verworpen, maar toch de praktische uitvoering ontijdig geacht, getuige zijn uitspraak: „Es ist noch lange die Zeit nicht in der Metaphysik synthetisch zu verfahren". Schertsend zegt hij, dat hem het noodlot is tebeurt gevallen om op de metaphysica verliefd te zijn, doch dat hij zich slechts zelden op eenig gunstbewijs harerzijds heeft kunnen beroemen.

Naast de taak eener min of meer persoonlijke wereldbeschouwing, heeft de philosophie echter nog een andere en ditmaal streng wetenschappelijke roeping. Deze is voor het eerst door Kant ondubbelzinnig vastgesteld. Dan schrijdt de philosophie niet meer voort tot een samenvattende synthese, maar gaat terug tot de grondslagen der verschillende cultuurgebieden en onderzoekt deze op hun mogelijkheid, hun structuur. Hier wordt dus niet het gewaagde en steeds min of meer persoonlijke experiment beproefd om aan de wereld een zin toe te kennen, maar richt men zich van het begin af op bepaalde feiten, nl. op de probleemgebieden, waaruit onze cultuur is samengesteld en onderzoekt wat Kant noemde: de voorwaarden hunner mogelijkheid, hun kennistheoretische grondslagen.

Dit is dus een geheel eigen taak. Terwijl bijv. de cultuurgestalte der geschiedenis het aanzijn verkrijgt doordat de maatstaf van het belangrijke en het onbelangrijke aangelegd wordt, terwijl de psycho-

Sluiten