Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

HET LEVEN EN STERVEN

Meiregen, waarvan ze groeiden. Dat duurde soms heel lang — uren leek het den kinderen. Anne Marjorie Lam wist niet goed, of ze die uren prettig vond, dan wel of ze er bang voor was. Ze voelde zich wel heel dicht bij moeder, zoo in de stilte alleen, tusschen de gesloten luiken en deuren — maar ze werd er zoo zwaar van, zoo onzeglijk zwaar.

Moeder was dan heelemaal in zichzelf verloren. — Na een tijdje begon het kind zich dan af te vragen, hoe alles weer goed zou komen, hoe moeder weer gewoon zou worden. En terwijl ze van alles bedacht —, dat misschien de poes op moeders schoot zou springen, dat misschien Anna Muisson binnen komen zou, dat de kranteman best eens kon bellen, was ineens alles weer gewoon en praatte moeder weer of er niets gebeurd was.

Van die uren bleef bij Anne Marjorie Lam iets vreemds over, iets, als een zachte druk op haar hart, en iets, als een trekking in de hoeken van haar mond. Als ze „getrouwd zijn" speelden, probeerde zij te doen zooals moeder. — Maar zoo gauw ze zóó'n droef gezicht zette, kwamen de tranen van-

Sluiten