is toegevoegd aan je favorieten.

Moeder Stieneke

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MOEDER.

i.

DE DOMINÉ KIJKT OM DEN HOEK VAN zijn studeerkamer. „Moeder!" roept hij. Zijn donkere bas galmt over de gang, door de trapopening naar beneden, zijn oogen vagen langs de rij van dichte deuren op het portaal. „Moeder!"

Kort van ongeduld botst het woord tegen de gewitte muren, keert klankloos terug, zonder antwoord te brengen.

Op dit oogenblik ziet hij er, niettegenstaande zijn rooversbaard en dicht, zwart krulhaar om zijn vierkanten kop, zoo hulpeloos uit, dat zijn gemeenteleden zeker drie kwart van hun vertrouwen in hem zouden verliezen, als ze hem zoo konden zien.

Er is een brief zoek geraakt.

Hij heeft hem den vorigen avond op zijn schrijftafel gelegd, daarvan is hij volkomen zeker.

Die brief moet mee op een moeilijk huisbezoek, er wordt op hem gewacht.

Maar waar ter wereld kan die brief heengestoven zijn!

„Moeder!" ... Tegelijk stormt hij de trap af naar de kinderkamer, maar blijft besluiteloos staan met de hand aan den deurknop; kleine Ella's droevig gekrijt klinkt hem al tegemoet, ze worstelt met doorbrekende kiesjes. Daar doorheen zeurt Stieneke's hooge stemmetje met niet te misduiden dwinggeluidjes. Den heelen nacht heeft hij die muziek al gehoord. Ella, stakkertje, heeft Stieneke wakker gehuild en hen beiden uit den slaap gehouden.

1