is toegevoegd aan je favorieten.

De moord in de Spuistraat

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I

— Een mooie kraak een fijne kraak, zes meier 2) de man, gegarandeerd, minstens als ik 'et jullie zeg, een reuze kraak, zoo'n betoege s) spekslager; vooruit een gammer *) die nie meedoet, op m ij n verantwoording. En driftig sloeg Davidje Tof met de vuist op de tafel, dat het glaswerk rinkelde en de andere bezoekers van de nachtkroeg omkeken.

— Hep ie weer mot6) Davidje, mot ie weer bakkelije vannach, vroeg hoonend van achter het buffet Dikke Mie, een half schoongemaakt bierglas in de rechterhand, de linker aan de spoelkraan: hep ie weer herrie?

Er kwam geen antwoord. Aan het tafeltje van Davidje Tof bleef het eenige oogenblikken stil; alleen Davidje zelf vloekte binnensmonds.

Dan klonk de diepe stem van Bram de

') kiaak = inbraak. 3) meier = f 100.

) betoeg = rijk. 4) gammer = domkop. 6) mot — ruzie. De Moord in de Spuistraat 1