Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

OM TWEE SCHITTEROOGJES

maar hij, Ries, hij had 't toch gegrepen; dat moesten de jongens eens weten, en zijn moeder. Een echte vink!

Dirk zette het kooitje beneden in den stal op den grond neer. „Eerst een mooi donker plekje zoeken," zei hij, „dan gaat-ie zingen, als-t-ie weer in 't licht komt."

Ries hurkte neer bij 't vogeltje. Kijken moest hij, nu eens lang en precies zien, wat hij zoo straks in zijn handen had gehad; dat kriebelende, dat eigenlijk griezelig was en toch, toch zoo heerlijk warm en zoo zacht, zacht als zij.

Hij schrok toen hij 't afgemarteld dier zag liggen.

„Dirk, gaat-ie dood ?.... o, kijk eens gauw."

Dirk grijnsde: „Doodgaan? Nou, dan was 't nog niks; maar hij zal best bijkomen; 't is zijn eigen schuld, dan moet-ie zich maar niet zoo dik maken."

Ries stak zijn pink tusschen de tralies door, raakte behoedzaam het donzen lijfje aan, dat daar te sidderen lag, deed heel voorzichtig en schrikkerig nog, omdat 't dier wel weer op kon stuiven.

't Bleef liggen, 't kón niet meer.

Alleen de oogjes blikten rond in hevigen angst.

Sluiten