Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

In handen van zeeroovers

Hoewel Jan van al zijn reizen telkens behouden wederkeerde, zoo moest hij toch gedurende zijn zeemansleven met veel gevaren kampen. Maar in al die nooden en gevaren bewaarde God hem steeds genadig en liefderijk, en dat dankte hij vooral aan moeders zegen en aan moeders gebed voor hem, meende hij.

Wanneer hij aan den wal bij den haard van een zijner broeders of zusters aan het vertellen was van zijn lotgevallen en wederwaardigheden, dan verhaalde hij één geschiedenis het liefst van alle. Hoe ondankbaar zou het ook van hem geweest zijn, als hij over die geschiedenis, waarin Gods genadige bewaring zoo treffend te zien was geweest, had kunnen zwijgen!

Jan was reeds eenige jaren gezagvoerder geweest op de „Prins Willem", een groot zeilschip, dat van Rotterdam op Livorno en Smyma voer, toen de gebeurtenis plaats greep, die ik thans ga verhalen.

De vaart van de „Prins Willem" was eerst voorspoedig geweest; maar het schip doorkliefde nog maar korten tijd de wateren van den Archipel, toen het door een buitengewoon z war en storm overvallen werd.

De „Prins Willem" had wel eens meer met storm te kampen gehad, maar deze storm overtrof alle vorige in hevigheid. De fel bewogen golven wierpen het schip heen en weer. Nu eens verhief het zich omhoog op de kruin van een golf, dan weer werd het in de diepte gesmeten en was het den schepelingen te moede, alsof zij verzinken zouden in de diepte der zee.

Hoe machteloos, hoe klein voelden allen zich. Hoe

Sluiten