Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

„Hoofdpijn?" vroeg Jet: „en waar is vader?"

„Meneer is er nog niet," zei Geertje en ging de kamer weer uit. De meisjes begonnen zwijgend te eten.

„Had ma vanmorgen ook al hoofdpijn?" vroeg Jet.

Loes haalde de schouders op: ,,'k Weet niet; ma zag er ellendig uit. Jet," en ze lei plotseling mes en vork neer, „ik ben zo bang, dat er wat is."

„Wat dan?" vroeg Jet heftig.

,,'k Weet niet," zei Loes met trillende lippen. „Maar vind je niet, dat ma d'r aldoor zo bezorgd uitziet, de hele week al? En van morgen, toen vader wegging, hadden ze zo'n gefluister in de serre, en nou dit weer..."

„Och kom," zei Jet onwillig, „wat zou er wezen?" Maar haar eetlust was weg, en terwijl ze zat te knoeien met een appel, overdacht ze allerlei mogelikheden: ma was altijd zo gauw moe en ze zag vaak zo bleek en klaagde over hoofdpijn, — als de dokter nu eens gezegd had, dat ze iets ergs mankeerde, een erge ziekte? Maar de dokter had zich immers in geen weken op Zonnehoek vertoond... Misschien vervelende dingen op 't kantoor — maar dat hoefde ma zich toch niet aan te trekken... Och wat, 't kon immers ook inbeelding van Loes zijn...

Daar ging de deur open en mevrouw Van Loon kwam binnen. Ze was klein en blond en tenger, net als Loes; maar haar lieve gezicht stond nu vol zorgelike plooien en de blauwe ogen waren

Sluiten