Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

HOE POOTIGE KEES BEROEPSSPELER WERD.

als het veld glad is."

„Zei ik het niet, dat die meester van jullie niet recht snik is?" riep moeder toen. „Wie geeft er nou zoo'n aap van een jongen, die pas van school gaat, een paar voetbalschoenen? Inplaats dat die gekke meesters jullie dat voetballen verbieden, omdat je me» kaar maar de beenen en den buren de ruiten stuk* schopt, moedigen ze dat gemeene spelletje nog aan! Hoe komt de vent er bij?"

„Hoe hij er bij komt, moeder? Ik heb hem zelf om voetbalschoenen gevraagd. Verleden week zei mijn* heer de Groot op een morgen tegen ons:

„Jongens, nu zou ik toch wel eens willen weten, wat elk van jullie graag zou willen ontvangen, als je den eersten prijs kreeg na het examen. Weet je wat? Ik zal je ieder een stukje papier geven en dan schrijf je daarop: ten eerste, je naam en ten tweede den naam van het voorwerp, dat je graag als prijs zoudt willen hebben. Maar, denk er om, het ding mag op zijn hoogst een tientje kosten."

„O ja, moeder," zoo viel Kees toen zich zelf in de rede, „dien morgen om twaalf uur vroeg ik aan Piet van den Oweeër, wat hij op zijn papiertje had gezet en, wat denkt U, dat hij zei?"

,JIoe kan ik dat nou weten?" hernam moeder.

„Hij heeft er niemendal op gezet," lachte Kees, „want hij was er vast van overtuigd, dat hij toch geen prijs zou krijgen."

„Nou, dat was nog zoo dom niet," meende moeder. „Dan heeft hij toch nog meer verstand, dan ik ooit heb gedacht. En bovendien, die menschen hebben geen prijzen noodig. Ze hebben centen genoeg!

En heb jij toen om een paar voetbalschoenen ge* vraagd?" ♦

„Ja, moeder."

„Dan neem ik mijn woorden aan het adres van den meester terug. Maar waarom heb jij mij daarover niet eerder gesproken?"

„Ik was bang, dat U het niet goed zou vinden, moe, en ik wou toch zoo graag een paar kikkers hebben."

Sluiten