Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

voorstel, • dan kijkt Jaap me doodnuchter aan en hoont: „Zeg, ben je betoeterd, ragebol!" Jaap is nuchter. Soms zou ik hem kunnen stompen — alleen, hij stompt met zulke bokser-knockouts terug.

Ik hing over de tafel in Jaaps kamer en bladerde als een razende in het boek.

„Sukkel, je bent er al drie keer voorbijgevlogen," zei Jaap. „Hier heb je % Hier staan de rivieren. Had dan ook niet zitten lezen."

Ik prevelde de rivieren en de bergketenen drie keer achter mekaar en zei nog even ter zijde: „Ga toch weg aap," terwijl ik achteruittrapte als een jolig paard.

„Judith!" riep vader weer, „Moet ik nog langer wachten?" Er waren honderd messen in zijn stem.

Ik daalde de trap af met een loodzwaar hart, terwijl ik op elke tree hartgrondig wenschte, dat vader toch een goed-ronde heereboer had mogen zijn, zooals de. vader van Roel de Bruin, die amper wist dat Spanje bestond, of een florissante timmerman, die alleen oog en oor en hersens had voor huizen en gladgeschaafde planken. Nee, het noodlot had er wel de hand in gehad, toen het me deed geboren worden als de dochter van een burgemeester met een abnormale liefde voor het onderwijs en de daarmee in verband staande attributen als rapporten, repetities, overgaan en meer van die monsterlijkheden.

Onder aan de trap stond Klaasje, onze kogelronde dienstbare.

„Nou Juutje," zei ze, „wat laat je je vader lang wachten, 't Is zonde, hij heeft je al drie keer geroepen."

„Als jij nu ook al begint," zuchtte ik, en stak mijn vinger in Klaasjes harde, roodgeboende wang. Toen stapte ik vaders kamer binnen, waar ik tot mijn verrukking Maatje in een van haar zelfontworpen japonnen op de divan vond liggen met een boek in

Sluiten